24 oktober 2013

Zet je computer aan het werk: AutoCorrectie

Gisteren vond ik op een printer op het werk een documentje met de titel 'Volwassenvorming'. Meestal laat ik prints van iemand anders gewoon op de printer liggen, maar ik had een vermoeden wie de eigenaar was, en dan kon ik terloops opmerken dat het 'volwassenenvorming' moet zijn. Ik kreeg een opmerkelijk antwoord op die opmerking: “Iedereen typt het zo, dus dacht ik, ik doe maar mee.”
Het klinkt als een dom argument. Toch redeneer ik ook soms zo. Als je het foute 'bij deze' aanpast naar het correcte 'bij dezen' denkt iedereen dat jij degene bent die een fout maakt. Idem voor 'naar verluidt': niemand weet dat dat met dt moet. Dat betekent niet dat ik expres fouten laat staan, maar ik heb wel al alternatieven gezocht om de discussie uit de weg te gaan.
Het gekste vond ik de verwijzing naar dat typen. Als je zo'n woord geregeld fout typt, zet het dan toch in AutoCorrectie! Ik slaag er bijvoorbeeld zelden in om 'Vriendelijke groeten' in één keer goed op het scherm te krijgen. Meestal staat er eerst 'Vriendleijke greoten'. Vervelend, zeker als je dat minstens dertig keer op een dag moet typen. Maar daarvoor is AutoCorrectie dus handig: je vult in welke fout verbeterd moet worden en op welke manier, en je tekstverwerker past het automatisch aan. Op die manier kun je zelfs 'shortcuts' instellen: als ik 'mvg' typ, maakt mijn tekstverwerker daar 'Vriendelijke groeten' van.
Waar vind je die instellingen? In Microsoft Word zit dat tegenwoordig (versie 2007 en later) onder Bestand > Opties. In het nieuwe venster klik je in de linkerkolom op Controle, dan krijg je aan de rechterkant bovenaan een knop 'AutoCorrectie-opties'. In de andere Office-programma's heb je dat trouwens ook – handig voor je mails, vooral! In oudere versies van Microsoft Word vind je die instellingen via het menu Extra > AutoCorrectie-opties.

In LibreOffice Writer ga je er naartoe via Extra > Opties voor AutoCorrectie.
De instellingen zelf voeg je overal op dezelfde manier toe: links de fout of de afkorting, rechts wat het moet worden, en klik op de knop (Vervangen of Nieuw) om toe te voegen.

24 mei 2013

Aanhalingstekens en andere struikelblokken

Vorige week vroeg een collega hoe dat nu ook weer zit met enkele en dubbele aanhalingstekens, en vooral in combinatie met komma's en andere leestekens. Ik kon haar doorverwijzen naar een korte handleiding die ik jaren geleden met grote stelligheid geschreven had voor mijn collega's. En ik dacht: aha, interessant onderwerp voor mijn tekstridderblog, dat kan ik daar ook nog eens publiceren. Maar toen dook de twijfel op: kon ik genoeg bronnen vinden die mij gelijk geven? Op queeste dus!

Volgens de Taaltelefoon zijn er geen vaste regels, en krijgen enkele aanhalingstekens meestal de voorkeur. Hmm, ontgoochelend. Ik herinner mij nochtans dat mijn leraar Nederlands ons vroeger duidelijke regels leerde, en dat directe rede (letterlijke weergave van wat mensen zeggen) altijd tussen dubbele aanhalingstekens moest staan. Volgens de Taaltelefoon werd dat 'traditioneel' zo 'aangeraden'.

Bij de Taalunie lees ik een gelijkaardige uitleg: "Vroeger werden om letterlijk te citeren meestal dubbele aanhalingstekens gebruikt, en enkele aanhalingstekens in een beperkt aantal andere gevallen. Tegenwoordig is het gebruik van enkele aanhalingstekens in alle functies in opmars. Wij raden aan om consequent een van de gangbare systemen te volgen." Consequent zijn, daar ben ik wel voorstander van, maar ondanks de 'opmars' blijf ik de voorkeur geven aan dubbele aanhalingstekens voor directe rede. Alleen al voor al die gevallen waarin je nog eens aanhalingstekens krijgt binnen de aanhalingstekens. De uitleg over de volgorde van komma en aanhalingsteken en van uitroepteken, vraagteken en aanhalingsteken komt wél overeen met mijn opvattingen.

De taaladviseur van de VRT gebruikt de regels die ik gewend ben: "Bij de VRT gebruiken we dubbele aanhalingstekens bij directe rede." En: "Als de leestekens tot de geciteerde uitspraak behoren, staan ze tussen de aanhalingstekens. Anders staan ze erbuiten." Na het eerste rijtje voorbeelden staan dan wel wat aanbevelingen waar ik het moeilijker mee heb, maar die vermeld ik dus gewoon niet. :)

Kortom: het is een complex verhaal. Of juist niet, want er ligt weinig vast, dus mag je zelf kiezen. Als je maar consequent bent. Welaan dan: dit zijn de regels waar ik mij aan hou.

Directe rede is een zin in een zin, en elke zin moet afgesloten worden. Tussen de aanhalingstekens moet dus een leesteken komen. Soms is daarmee de hele zin ten einde, soms loopt ze door.
Vergelijk:
De meester zegt: "Als de zin eindigt na de aanhalingstekens, dient het leesteken van de directe rede ook als leesteken voor de hele zin."
"Als de zin doorloopt achter de aanhalingstekens, zet je een komma in plaats van een punt," zegt de juf.
Hoe dan ook: achter de aanhalingstekens van directe rede staat nooit een leesteken. Als je alleen woorden tussen aanhalingstekens zet (geen zinnen, dus), kan dat wel.

Nog iets moeilijker (de kamasutra van de leestekenkunde) wordt het als de directe rede gesplitst wordt.
"Als de zin doorloopt," zegt de juf, "zet je een komma achter het eerste deel van de directe rede. Schrijf je een komma als je de tussenvoeging weglaat, dan moet ze binnen de aanhalingstekens, anders staat hij erachter. Ook achter de tussenvoeging komt een komma, en het tweede deel begint met een kleine letter."
"Het kan zijn dat de directe rede gesplitst wordt na een volledige zin," zegt de meester. "In dat geval zet je een komma na de eerste zin, en een punt na de tussenvoeging. Het tweede deel begint dan met een hoofdletter."
Nu, iedereen weet wel wat er in de kamasutra staat, maar dat wil niet zeggen dat iedereen die technieken goed kent, laat staan goed kan uitvoeren. Als de uitgesproken zinnen eindigen op een uitroep- of vraagteken, denken veel mensen bijvoorbeeld dat er na de aanhalingstekens nog een komma moet.
"Wacht!" roept de meester. "Ik zal het nog een keer uitleggen. Tussen de aanhalingstekens komt een leesteken: een komma, een uitroepteken of een vraagteken."
"Begrijpen jullie dat?" vraagt de juf. "Achter de aanhalingstekens staat er dan géén komma."
Voilà. Zo hoort het volgens mij. En ik vind het geweldig sympathiek als mijn collega's zich consequent aan mijn regels houden. ;)

29 maart 2013

Taaltips voor evenementenpromo

Wie advies geeft over evenementenpromo vermeldt gewoonlijk dat je geen enkele W mag vergeten:
  • Wie: wie organiseert het evenement, en voor wie is het bedoeld?
  • Wat: wat staat er te gebeuren, wat mogen de bezoekers verwachten?
  • Waar: als je dat niet vermeldt, geraakt er niemand ter plaatse.
  • Wanneer: nogal evident, maar toch ...
  • Waarom: is niet altijd nodig, maar als je een speciaal doel hebt (fondsen werven voor een goed doel bijvoorbeeld), kan dat een extra reden zijn om te komen.
  • Hoe: begint niet met een w maar mag ook niet vergeten worden. Wat moet je doen om je in te schrijven, hoeveel moet je betalen, hoe geraak je er, moet je je verkleden of iets speciaals voorzien, enz.
Wat ze meestal niet vermelden, zijn de taal- en andere fouten die dikwijls in de promoteksten sluipen, laat staan hoe je ze vermijdt.
Organisatie XYZ organiseert op 1 april in het Vlaams Parlement een vormingsnamiddag over onderwerp blablabla. Meer weten? Je kunt het programma terugvinden op www.blablabla.be. Voor vragen kun je ook terecht op info@blablabla.be. Noteer de datum nu al in je agenda, en hou ons tijdschrift in de gaten voor meer info. De eerste 20 inschrijvingen die bij ons toekomen, winnen een prijs.
Duidelijk? Jazeker. Wervend? Ook, min of meer. Goed geschreven? Laat me niet lachen.
  • Je kunt pas iets terugvinden als je het eerst kwijt was. Dat programma vind je dus niet terug op de website, je vindt het. 'Je kunt het vinden' is bovendien twijfelstijl. Het lijkt wel alsof je twijfelt aan je lezers: 'in theorie is het mogelijk dat je de info vindt op de website'.
  • Moet je een quiz maken maar heb je geen inspiratie? Mail dan naar info@blablabla.be, want daar kun je terecht voor vragen. Klopt niet, hé? Het is dus niet voor maar met vragen dat je daar terechtkunt.
  • Als je nog datums moet noteren, hebben ze je geen agenda aangesmeerd maar een notitieboekje. De datums staan al allemaal in een agenda. Wat jij nog moet doen, is er iets bij schrijven of ze markeren.
  • Hoe hou je een tijdschrift in de gaten? Ofwel heb je het nog niet, en kun je er alleen naar uitkijken; ofwel heb je het wel al en kun je het gewoon lezen. Vermeld naar welke editie ze moeten uitkijken, bij voorkeur met de verschijningsdatum erbij.
    Een website kun je wel in de gaten houden, want daar verandert al eens iets op, maar het is klantvriendelijker als je vermijdt dat mensen dagen aan een stuk op F5 moeten drukken. Vermeld bijvoorbeeld wanneer de informatie online komt.
  • Volgens Taaladvies.net is het niet duidelijk of 'toekomen' standaardtaal is in Vlaanderen. Je komt ergens aan toe (je vindt er tijd voor), er komt je iets toe (je hebt er recht op) of je komt ergens mee toe (je hebt er genoeg). Die inschrijvingen komen aan of ze komen binnen.
  • Het zijn niet de inschrijvingen die een prijs winnen, maar de mensen die zich inschreven. En nummers tot en met twintig schrijf je het beste voluit.
Muggenzifterij? Jazeker. Het belangrijkste van communicatie is nog altijd dat je elkaar begrijpt. Het fragmentje vol fouten is zeker niet onverstaanbaar. Maar fouten ergeren mensen – kijk maar naar alle internetdiscussies die ontaarden in gescheld over taalfouten en slordigheden. En mensen die je naar je evenement wilt lokken, die wil je niet ergeren.

22 februari 2013

Probeer maar eens te raden

Interessante discussie gehad, laatst: of je kunt proberen te raden. Gelukkig waren er – hoe was dat mogelijk?! – geen smartphones in de buurt om het antwoord gewoon op te zoeken, dus konden we er nog eens ouderwets over discussiëren.

Wat is raden eigenlijk?

Als je iets niet weet, dan kun je ernaar raden. Naar het antwoord op een quizvraag, bijvoorbeeld, al noemen mensen dat dan meestal gokken. Of je gebruikt het in de context van een verrassing of van opmerkelijk nieuws: raad maar eens wat er in je cadeautje zit, of raad eens wie ik gezien heb. We hebben het in zulke gevallen dus over gissen, over mogelijkheden opnoemen. Geef je het juiste antwoord, dan heb je goed of juist geraden.
Aan de andere kant zeggen mensen ook wel dat je 'het geraden hebt'. Dat betekent dan dat je het juiste antwoord gaf, zonder dat je dat op voorhand kende of dat je zelf kon inschatten of het juist was. En klopt dat dan wel? Is dat goed Nederlands? Dat is dan waar ze mij voor nodig hadden, want 'ik weet zulke dingen'. Blijkbaar hadden ze die discussie dus al eens gevoerd zonder 'expert' erbij, en tussendoor hebben ze er niet aan gedacht om het antwoord gewoon op te zoeken. Of ze wilden de kans op een herhaling van een interessante discussie niet vergallen, dat kan ook.

En kun je proberen te raden?

Van mijn antwoord hing het 'finale oordeel' af. Als 'je hebt het geraden' geen goed Nederlands is, kun je niet proberen te raden. Raden is op zich al iets proberen, en proberen te proberen, dat klopt niet. Wat zou er dan namelijk mislopen, wat kan je tegenhouden? Geef je maar halve antwoorden? Of telkens hetzelfde foute antwoord? Enfin, lachen-gieren-brullen met allerlei absurde toestanden.

Het ontluisterende antwoord

Het gesprek eindigde zoals in de meeste gelijkaardige gevallen: onbeslist, maar met de belofte dat ik het zou opzoeken. Al even ouderwets, in de Dikke Van Dale, want online vond ik geen sluitend antwoord. En wat ook vaak gebeurt in zulke situaties: dat antwoord viel een beetje tegen. Ik kon namelijk niet zeggen dat een van beide betekenissen fout is. Dat betekent dat mijn gesprekspartners van toen geen nietsvermoedende anderen kunnen wijzen op een fout, om vervolgens op de proppen te komen met het interessante verhaal van onze discussie en het deskundige oordeel van de expert die ze erbij gehaald hebben.
Ja, zo banaal kan goed taalgebruik zijn: soms is het gewoon wat je gewend bent te zeggen, en moet je er verder niets achter zoeken.

4 januari 2013

Aanbevelingen bij benadering

Het is typisch voor de socioculturele sector dat we niet te autoritair willen overkomen. We geven geen richtlijnen maar aanbevelingen, en tips-and-tricks. Bovendien zijn we zelfs daarin om het voorzichtigst: lessuggesties en methodieken staan vol 'kunnen' en 'eventueel'. "Je kunt misschien dit eens proberen. Of waarom niet eens dat?"

Al die voorzichtigheid komt nog op een andere manier tot uiting. Jeugdwerkorganisaties maken nergens meer werk van: ze werken errond. Aandacht besteden aan, een onderwerp bespreken, ergens voor zorgen? Allemaal 'werken rond'. Informatie aanbieden, vorming geven of vergaderen: allemaal rond allerlei onderwerpen. En we doen dat niet voor kinderen en jongeren, maar naar hen toe. Blijkbaar willen we niet te dicht in de buurt komen. Participatie, diversiteit, toegankelijkheid: we werken errond, en duwen het dan vanop een afstandje naar onze doelgroep toe. We communiceren zelfs naar hen, in plaats van hen gewoon iets te laten weten. Komt de boodschap over? Boeken we resultaat? Geen idee, want we stellen wel doelstellingen op maar we controleren niet of ze bereikt zijn.
Het lijkt wat op 'ik had zoiets van ...'. Dat kom ik gelukkig nooit tegen in geschreven teksten, maar als ik iemand het hoor zeggen, krullen mijn tenen spontaan op. Ik dacht iets of ik vond iets. Blijkbaar hebben mensen geen mening meer, ze 'hebben zoiets van ...'. Als we maar niet te zelfbewust overkomen, zeker?

Nu, deze tekst is in hetzelfde bedje ziek, hoor. Is 'informatie rond' fout? De Taalunie zegt van niet, maar het voorzetsel 'over' is veel gewoner. 'Naar ... toe' zit in hetzelfde schuitje: het 'is niet voor iedereen aanvaardbaar', je kunt dus beter 'voor' of 'in' gebruiken. Je kunt, dus. Eventueel. Ik raad het alleszins aan - alleen al omdat je er wat variatie mee in je teksten stopt. En doe je dat niet, dan pas ik het zelf wel aan. ;)

26 oktober 2012

Weg met clichés! En wel nu!

Deurmatten zijn heel nuttig. Als je ergens binnenkomt, kun je daar de modder (en eventueel de hondenexcrementen) mee van je schoenen schrapen. Zo wordt het huis niet vuilgemaakt, en kun je gasten in een aangename omgeving ontvangen. Je moet er dan wel op letten dat je op tijd die deurmat uitklopt, of zelfs in de was stopt. Anders begint ze te stinken, en wil er op de duur niemand meer over de drempel komen. Je huis mag dan zo aangenaam en proper zijn als maar kan, niemand zal het zien.

Hetzelfde geldt voor clichés. Geijkte formuleringen kunnen een handig opstapje zijn om aan je tekst te beginnen, of desnoods zelfs om af te sluiten. In je tekst zelf kunnen ze 'de conversatie gaande houden': zorgen voor een overgang. Maar ook clichés zijn af en toe aan een poetsbeurt toe, of moeten zelfs helemaal vervangen worden. Op de duur lijken alle teksten op elkaar, omdat ze allemaal met dezelfde rotzooi ingeleid en/of afgesloten worden. Voor een hoop mensen is die rotzooi in de eerste alinea al een reden om niet verder te lezen. Jammer natuurlijk, want dikwijls staan er verderop toch zinnige dingen. Daarom zou het niet slecht zijn als we met z’n allen op zoek gaan naar andere, liefst creatieve en persoonlijke manieren om een tekst te verpakken.

Hieronder vind je enkele clichés die ik dikwijls tegenkom in beschrijvingen van activiteiten, en die volgens mij dringend aan vervanging toe zijn.

M Laat je niet afschrikken door het thema, lees zeker verder!
Sommige mensen kiezen eerst een onmogelijk onderwerp, schrijven daar dan misschien een briljante tekst over, maar verpesten dat dan weer door te beginnen met een hele alinea verdediging van het onderwerp en de tekst. Zoiets moedigt nog minder aan om te lezen. Zelfs al heb je een moeilijk onderwerp gekozen, begin er gewoon aan!

M Veel leesplezier!
Ik haat het als ik aangemoedigd word om veel leesplezier te beleven, vooral als er in die tekst helemaal niets plezierigs staat: een tekst over reglementeringen, of een speluitleg, of een andere technische uiteenzetting bijvoorbeeld.

M Het wordt gegarandeerd een succes! De kinderen zullen het zeker fantastisch vinden!
Een voorstel voor een activiteit wordt dikwijls afgesloten met een variant op 'succes verzekerd'. Als de activiteit zelf er zielig uitziet, maakt zo'n cliché het alleen nog maar erger. Laat de lezers het gewoon zelf ondervinden.

M Als (...), dan kan het gewoon niet meer fout gaan!
Als er één ding is waar ik rotsvast van overtuigd ben, dan is het dat er wel dégelijk nog iets fout kan gaan, hoe goed je activiteit ook in elkaar zit. Er bestaan mensen die élke voorbereiding volledig de mist kunnen doen ingaan. Dat is op zich niet zo erg, soms kan het zelfs lollig zijn. Maar als die mensen lezen dat het niet meer fout kan gaan, en ze ervaren tot hun scha en schande dat dat wél gebeurt, krijgt hun zelfvertrouwen nóg maar eens een deuk.

M Het is leuk als (...)
Het kan zijn dat tekstschrijvers alles weten over wat ze zelf leuk vinden, maar soms gaan ze er nogal sterk van uit dat dat voor iedereen geldt. Ik vind het persoonlijk helemaal niet leuk als er attributen in het bos verspreid liggen uit een film die ik zojuist bekeken heb. Ik vind dat persoonlijk eerder lullig. En gewekt worden met iets anders dan muziek of ontbijt op bed, is goed om de rest van de dag vermoeid en geambeteerd te zijn. Geen filosofische gesprekken, oerwoudgeluiden, tromgeroffel of klaroengeschal voor mij, en zeker niets waar water aan te pas komt!

M Natuurlijk doe je (...)
Het kan ook zijn dat diezelfde tekstschrijvers weten wat ze zelf doen/deden in de jeugdbeweging of in de klas, maar dat maakt hen nog geen experts in wat andere groepen of leerkrachten doen. In onze Chirogroep was het bijvoorbeeld helemaal niet vanzelfsprekend dat we één keer per jaar op weekend gingen met de oudste afdelingen.

M (…), aarzel dan niet om (...)
Neem contact op. Punt. Ben je geïnteresseerd, neem dan contact op. En aarzel voor mijn part zoveel je maar wilt.

M met dat ietsje meer
Zo ongeveer alles wat de Chiro doet, doen we met nét dat tikkeltje meer. We zijn belachelijke uitslovers.

M Hoog tijd om (...) !
Zelden wordt dat gevolgd door iets dat echt dringend is.

M Aan jou om (...) !
Dat doet mij altijd denken aan de Frosties-reclames, en daar vond ik dat al onnozel.

M Hou [naam van een tijdschrift] in de gaten voor meer info.
Hoezo, hou een tijdschrift in de gaten? Als de volgende editie verschijnt, krijg ik ze gewoon in de bus, daar moet ik geen hele maand waakzaam voor zijn.

En weet je waar het eigenlijk allemaal op neerkomt? Lezers en lezeressen zijn niet dom. Ze kunnen zelf nadenken. Dat is misschien niet altijd waar, maar we moeten ervan uitgaan. Laat ze dus zelf maar beslissen of ze je tekst wel of niet lezen. Laat ze zelf maar ervaren of ze daar plezier aan beleven of niet. Laat ze zelf maar zien of iets een succes wordt of een gigantische flop. Láát ze aarzelen.
En wees niet bang als ze de tekst de schuld geven van hun eigen falen. Dat is een verdedigingsmechanisme dat elke mens in zich heeft. Liever de boodschapper afschieten dan de eigen tekortkomingen te erkennen. Dat geeft niet. Je bent er toch niet bij?

20 juli 2012

Geheugensteuntjes

Al elf jaar werk ik de teksten van Chirojeugd Vlaanderen af, en tussendoor deed ik ook al taalnazicht voor organisaties als Studio Globo, Jeugddienst Don Bosco en Steunpunt Jeugd. Zelfs daarvoor was correct en vlot taalgebruik trouwens al een stokpaardje van mij. In het middelbaar schreef ik spottende teksten over de taal- en andere fouten die leerkrachten uitgekraamd hadden tijdens de lessen - tot daar een rel van kwam en een kwade graadcoördinator mij stillegde. Aah, good times!

Of ik dus alles weet over het Nederlands, vragen sommige mensen mij. Anderen gaan er zelfs zomaar van uit.

Weet ik alles? Natuurlijk niet. Ik weet veel, dat wel, maar er zijn heel wat dingen waar ik over twijfel. Bovendien verandert taal. Wat is dus mijn belangrijkste 'taalvaardigheid'? Dat ik weet waar ik een antwoord op mijn vragen kan krijgen. Op taaladvies.net, bijvoorbeeld, waar je kunt opzoeken of iets tot de standaardtaal behoort. Of op vrt.be/taal, waar taaladviseur Ruud Hendrickx soms afwijkt van taaladvies.net, maar meestal met een goede reden.

Er zijn een aantal zaken die ik telkens weer moet opzoeken. Veel dingen onthou je zodra je ze eens opgezocht hebt, maar bij sommige twijfelgevallen lukt dat maar niet. Het voorzetsel bij prijsaanduidingen, bijvoorbeeld: mag je iets verkopen aan 500 euro? Ik onthou wel dat er één voorzetsel fout is, en dat het er bij andere van afhangt of het per stuk is, maar ik onthou maar niet hoe het zit. En nee, het is niet aan maar voor 500 euro. Of tegen 500 euro per stuk.

Een ander twijfelgeval is 'binnen de week' of 'binnen de twee weken': mag die 'de' er staan of niet? Hier is het antwoord: ja, in Vlaanderen wel. In Nederland zeggen ze 'binnen een week' en 'binnen twee weken'. In het Belgisch-Nederlands is de 'de' gangbaar, dus mag het.

Voilà, dat zijn al twee dingen die je nooit meer vergeet. Tenzij je net zo'n twijfelaar bent als ik, maar dan hoop ik dat je iets hebt aan de trucjes waar ik het over had. ('Trucjes', ja: met één u en een c. Kijk maar op woordenlijst.org. Hopla: drie dingen.) Of schrijf ze op. Ik ben hier aan het testen of dat werkt. :)