Posts tonen met het label taaltips. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taaltips. Alle posts tonen

24 mei 2013

Aanhalingstekens en andere struikelblokken

Vorige week vroeg een collega hoe dat nu ook weer zit met enkele en dubbele aanhalingstekens, en vooral in combinatie met komma's en andere leestekens. Ik kon haar doorverwijzen naar een korte handleiding die ik jaren geleden met grote stelligheid geschreven had voor mijn collega's. En ik dacht: aha, interessant onderwerp voor mijn tekstridderblog, dat kan ik daar ook nog eens publiceren. Maar toen dook de twijfel op: kon ik genoeg bronnen vinden die mij gelijk geven? Op queeste dus!

Volgens de Taaltelefoon zijn er geen vaste regels, en krijgen enkele aanhalingstekens meestal de voorkeur. Hmm, ontgoochelend. Ik herinner mij nochtans dat mijn leraar Nederlands ons vroeger duidelijke regels leerde, en dat directe rede (letterlijke weergave van wat mensen zeggen) altijd tussen dubbele aanhalingstekens moest staan. Volgens de Taaltelefoon werd dat 'traditioneel' zo 'aangeraden'.

Bij de Taalunie lees ik een gelijkaardige uitleg: "Vroeger werden om letterlijk te citeren meestal dubbele aanhalingstekens gebruikt, en enkele aanhalingstekens in een beperkt aantal andere gevallen. Tegenwoordig is het gebruik van enkele aanhalingstekens in alle functies in opmars. Wij raden aan om consequent een van de gangbare systemen te volgen." Consequent zijn, daar ben ik wel voorstander van, maar ondanks de 'opmars' blijf ik de voorkeur geven aan dubbele aanhalingstekens voor directe rede. Alleen al voor al die gevallen waarin je nog eens aanhalingstekens krijgt binnen de aanhalingstekens. De uitleg over de volgorde van komma en aanhalingsteken en van uitroepteken, vraagteken en aanhalingsteken komt wél overeen met mijn opvattingen.

De taaladviseur van de VRT gebruikt de regels die ik gewend ben: "Bij de VRT gebruiken we dubbele aanhalingstekens bij directe rede." En: "Als de leestekens tot de geciteerde uitspraak behoren, staan ze tussen de aanhalingstekens. Anders staan ze erbuiten." Na het eerste rijtje voorbeelden staan dan wel wat aanbevelingen waar ik het moeilijker mee heb, maar die vermeld ik dus gewoon niet. :)

Kortom: het is een complex verhaal. Of juist niet, want er ligt weinig vast, dus mag je zelf kiezen. Als je maar consequent bent. Welaan dan: dit zijn de regels waar ik mij aan hou.

Directe rede is een zin in een zin, en elke zin moet afgesloten worden. Tussen de aanhalingstekens moet dus een leesteken komen. Soms is daarmee de hele zin ten einde, soms loopt ze door.
Vergelijk:
De meester zegt: "Als de zin eindigt na de aanhalingstekens, dient het leesteken van de directe rede ook als leesteken voor de hele zin."
"Als de zin doorloopt achter de aanhalingstekens, zet je een komma in plaats van een punt," zegt de juf.
Hoe dan ook: achter de aanhalingstekens van directe rede staat nooit een leesteken. Als je alleen woorden tussen aanhalingstekens zet (geen zinnen, dus), kan dat wel.

Nog iets moeilijker (de kamasutra van de leestekenkunde) wordt het als de directe rede gesplitst wordt.
"Als de zin doorloopt," zegt de juf, "zet je een komma achter het eerste deel van de directe rede. Schrijf je een komma als je de tussenvoeging weglaat, dan moet ze binnen de aanhalingstekens, anders staat hij erachter. Ook achter de tussenvoeging komt een komma, en het tweede deel begint met een kleine letter."
"Het kan zijn dat de directe rede gesplitst wordt na een volledige zin," zegt de meester. "In dat geval zet je een komma na de eerste zin, en een punt na de tussenvoeging. Het tweede deel begint dan met een hoofdletter."
Nu, iedereen weet wel wat er in de kamasutra staat, maar dat wil niet zeggen dat iedereen die technieken goed kent, laat staan goed kan uitvoeren. Als de uitgesproken zinnen eindigen op een uitroep- of vraagteken, denken veel mensen bijvoorbeeld dat er na de aanhalingstekens nog een komma moet.
"Wacht!" roept de meester. "Ik zal het nog een keer uitleggen. Tussen de aanhalingstekens komt een leesteken: een komma, een uitroepteken of een vraagteken."
"Begrijpen jullie dat?" vraagt de juf. "Achter de aanhalingstekens staat er dan géén komma."
Voilà. Zo hoort het volgens mij. En ik vind het geweldig sympathiek als mijn collega's zich consequent aan mijn regels houden. ;)

29 maart 2013

Taaltips voor evenementenpromo

Wie advies geeft over evenementenpromo vermeldt gewoonlijk dat je geen enkele W mag vergeten:
  • Wie: wie organiseert het evenement, en voor wie is het bedoeld?
  • Wat: wat staat er te gebeuren, wat mogen de bezoekers verwachten?
  • Waar: als je dat niet vermeldt, geraakt er niemand ter plaatse.
  • Wanneer: nogal evident, maar toch ...
  • Waarom: is niet altijd nodig, maar als je een speciaal doel hebt (fondsen werven voor een goed doel bijvoorbeeld), kan dat een extra reden zijn om te komen.
  • Hoe: begint niet met een w maar mag ook niet vergeten worden. Wat moet je doen om je in te schrijven, hoeveel moet je betalen, hoe geraak je er, moet je je verkleden of iets speciaals voorzien, enz.
Wat ze meestal niet vermelden, zijn de taal- en andere fouten die dikwijls in de promoteksten sluipen, laat staan hoe je ze vermijdt.
Organisatie XYZ organiseert op 1 april in het Vlaams Parlement een vormingsnamiddag over onderwerp blablabla. Meer weten? Je kunt het programma terugvinden op www.blablabla.be. Voor vragen kun je ook terecht op info@blablabla.be. Noteer de datum nu al in je agenda, en hou ons tijdschrift in de gaten voor meer info. De eerste 20 inschrijvingen die bij ons toekomen, winnen een prijs.
Duidelijk? Jazeker. Wervend? Ook, min of meer. Goed geschreven? Laat me niet lachen.
  • Je kunt pas iets terugvinden als je het eerst kwijt was. Dat programma vind je dus niet terug op de website, je vindt het. 'Je kunt het vinden' is bovendien twijfelstijl. Het lijkt wel alsof je twijfelt aan je lezers: 'in theorie is het mogelijk dat je de info vindt op de website'.
  • Moet je een quiz maken maar heb je geen inspiratie? Mail dan naar info@blablabla.be, want daar kun je terecht voor vragen. Klopt niet, hé? Het is dus niet voor maar met vragen dat je daar terechtkunt.
  • Als je nog datums moet noteren, hebben ze je geen agenda aangesmeerd maar een notitieboekje. De datums staan al allemaal in een agenda. Wat jij nog moet doen, is er iets bij schrijven of ze markeren.
  • Hoe hou je een tijdschrift in de gaten? Ofwel heb je het nog niet, en kun je er alleen naar uitkijken; ofwel heb je het wel al en kun je het gewoon lezen. Vermeld naar welke editie ze moeten uitkijken, bij voorkeur met de verschijningsdatum erbij.
    Een website kun je wel in de gaten houden, want daar verandert al eens iets op, maar het is klantvriendelijker als je vermijdt dat mensen dagen aan een stuk op F5 moeten drukken. Vermeld bijvoorbeeld wanneer de informatie online komt.
  • Volgens Taaladvies.net is het niet duidelijk of 'toekomen' standaardtaal is in Vlaanderen. Je komt ergens aan toe (je vindt er tijd voor), er komt je iets toe (je hebt er recht op) of je komt ergens mee toe (je hebt er genoeg). Die inschrijvingen komen aan of ze komen binnen.
  • Het zijn niet de inschrijvingen die een prijs winnen, maar de mensen die zich inschreven. En nummers tot en met twintig schrijf je het beste voluit.
Muggenzifterij? Jazeker. Het belangrijkste van communicatie is nog altijd dat je elkaar begrijpt. Het fragmentje vol fouten is zeker niet onverstaanbaar. Maar fouten ergeren mensen – kijk maar naar alle internetdiscussies die ontaarden in gescheld over taalfouten en slordigheden. En mensen die je naar je evenement wilt lokken, die wil je niet ergeren.

20 juli 2012

Geheugensteuntjes

Al elf jaar werk ik de teksten van Chirojeugd Vlaanderen af, en tussendoor deed ik ook al taalnazicht voor organisaties als Studio Globo, Jeugddienst Don Bosco en Steunpunt Jeugd. Zelfs daarvoor was correct en vlot taalgebruik trouwens al een stokpaardje van mij. In het middelbaar schreef ik spottende teksten over de taal- en andere fouten die leerkrachten uitgekraamd hadden tijdens de lessen - tot daar een rel van kwam en een kwade graadcoördinator mij stillegde. Aah, good times!

Of ik dus alles weet over het Nederlands, vragen sommige mensen mij. Anderen gaan er zelfs zomaar van uit.

Weet ik alles? Natuurlijk niet. Ik weet veel, dat wel, maar er zijn heel wat dingen waar ik over twijfel. Bovendien verandert taal. Wat is dus mijn belangrijkste 'taalvaardigheid'? Dat ik weet waar ik een antwoord op mijn vragen kan krijgen. Op taaladvies.net, bijvoorbeeld, waar je kunt opzoeken of iets tot de standaardtaal behoort. Of op vrt.be/taal, waar taaladviseur Ruud Hendrickx soms afwijkt van taaladvies.net, maar meestal met een goede reden.

Er zijn een aantal zaken die ik telkens weer moet opzoeken. Veel dingen onthou je zodra je ze eens opgezocht hebt, maar bij sommige twijfelgevallen lukt dat maar niet. Het voorzetsel bij prijsaanduidingen, bijvoorbeeld: mag je iets verkopen aan 500 euro? Ik onthou wel dat er één voorzetsel fout is, en dat het er bij andere van afhangt of het per stuk is, maar ik onthou maar niet hoe het zit. En nee, het is niet aan maar voor 500 euro. Of tegen 500 euro per stuk.

Een ander twijfelgeval is 'binnen de week' of 'binnen de twee weken': mag die 'de' er staan of niet? Hier is het antwoord: ja, in Vlaanderen wel. In Nederland zeggen ze 'binnen een week' en 'binnen twee weken'. In het Belgisch-Nederlands is de 'de' gangbaar, dus mag het.

Voilà, dat zijn al twee dingen die je nooit meer vergeet. Tenzij je net zo'n twijfelaar bent als ik, maar dan hoop ik dat je iets hebt aan de trucjes waar ik het over had. ('Trucjes', ja: met één u en een c. Kijk maar op woordenlijst.org. Hopla: drie dingen.) Of schrijf ze op. Ik ben hier aan het testen of dat werkt. :)