Posts tonen met het label mannelijke norm. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mannelijke norm. Alle posts tonen

23 juni 2017

De man is niet de mens - oproep voor meer vrije vertalingen

Het brood in uw kast behoort de hongerige man; de jas die ongedragen in uw kleerkast hangt, behoort aan de man die hem nodig heeft; de schoenen die staan te rotten in uw halkast behoren de man die er geen heeft; het geld dat u ophoopt, behoort aan de armen.
-- Basil de Grote, bisschop van Caesarea, circa 365
Mooie woorden, toch?

Ja en nee.

Als je tijdens het lezen niet bedacht hebt dat een man niet veel heeft aan vrouwenschoenen, of dat er ook vrouwen zijn die honger hebben, dan heb je werk te doen. Het goede nieuws is: dat soort kokerzicht kun je zelf genezen. Je bent er zelfs al mee bezig door dit te lezen. ;)

Basil de Grote heeft die uitspraak natuurlijk niet letterlijk gedaan. Die mens sprak geen Nederlands. En ook: in 365 werd de mannelijke norm nog niet in vraag gesteld. 'De mens' was nog een 'hij', ook in andere talen, en daar stelde niemand vragen bij. Maar ondertussen weten we beter. Of dat zou toch moeten - er sterven nog altijd vrouwen aan een hartaanval omdat de symptomen voornamelijk bij mannen onderzocht worden en verondersteld worden universeel te zijn, om maar ineens iets dramatisch te noemen. Maar ja dus, het maakt wel degelijk een verschil. 'De mens' is geen 'hij'.

"Maar het is een citaat." Ja, maar het moet vertaald worden om het in het Nederlands te begrijpen. En het is van 365. Toen Basil de Grote het over 'de man' had, bedoelde hij mensen, niet alleen mannen. 'De hongerige man' staat voor 'iedereen die honger heeft'. Er is dus niets mis mee om dat zo te vertalen, of om de Nederlandse vertaling zo te hertalen. Integendeel. Eigenlijk is het onze plicht.

11 november 2013

Steentjes in mijn schoen

Blijkbaar neem ik het leven veel te ernstig. “Het is toch allemaal maar om te lachen? Het is toch allemaal zo erg niet?” Jawel, het is wél erg. En het is misschien bedoeld om te lachen, maar hoe komt het dan dat zoveel mensen er een probleem mee hebben? En dat we dat zo weinig horen?

Heb ik het over de vele dt-fouten die ik moet verbeteren? Het had gekund, want ook daarvan zeggen mensen dat het toch allemaal niet zo belangrijk is. Zolang je elkaar maar begrijpt. Pas op: tot op zekere hoogte ga ik daarmee akkoord. Ik zal dan ook zelden reageren als mensen zich verspreken, of als ze fouten schrijven in een mail, in een statusupdate of in een tweet. (Dat mensen fouten maken, is 'allemaal zo erg niet', maar erop reageren, dat is een heel andere kwestie, jij spellingnazi!) In officiële communicatie, zoals drukwerk dat verspreid wordt naar iedereen die leiding geeft in de Chiro, is het wél heel belangrijk dat er geen fouten in staan – of toch zo weinig mogelijk, we zijn tenslotte allemaal menselijk. Als koepelorganisatie hebben we namelijk een voorbeeldfunctie, en zoals spelregels belangrijk zijn in een spel zijn de regels van een taal belangrijk voor wie ze wil gebruiken. Niet genoeg aandacht besteden aan je taal is dus niet zomaar slordigheid, het is een kwestie van een slecht voorbeeld zijn (met dank aan Jackson Katz voor dat inzicht). Voor een jeugdbeweging is dat dubbel erg, want het is van 'onze' jonge mensen dat er zo dikwijls geklaagd wordt dat ze niet meer kunnen schrijven. Bovendien is het een kwestie van toegankelijkheid voor wie de taal nog aan het leren is.

Maar daar wilde ik het niet over hebben, mijn inleiding ging over iets veel belangrijkers en ingrijpenders. Van een goede tekst verwacht ik namelijk niet alleen dat er geen fouten in staan (want die leiden de aandacht af van de inhoud en geven een onprofessionele indruk). Hij moet ook gendervriendelijk zijn, en dat is niet zo moeilijk. Als je schrijft over mannen en vrouwen, dan moet dat duidelijk blijken. Als je publiek bestaat uit mannen en vrouwen, moet je hen bovendien allebei aanspreken. Dat laatste betekent niet dat je moet beginnen met 'dames en heren', maar dat je referentiekader moet aansluiten bij de belevingswereld van zowel mannen als vrouwen. Ik geef een voorbeeld, want dat klinkt een beetje abstract. Het volgende fragmentje komt uit de Metro van een tijdje geleden.

Vanuit de Verenigde Staten is heuglijk nieuws overgewaaid: Kim Kardashian overweegt om opnieuw voor Playboy te poseren.

Wat verder gaat het nog over 'volle glorie' en 'moordlijf'. Het komt uit zo'n artikeltje rond het tv-programma, waar het altijd over beroemdheden en hun exploten gaat – zelden over hun werk – en waarin de toon niet altijd helemaal objectief en afstandelijk moet zijn. Dat snap ik wel, maar zou dit fragmentje door een vrouw bedacht zijn? Ik vermoed van niet. En wie spreekt Metro aan met zo'n artikeltje? Niet de heteroseksuele vrouwen, volgens mij. Van homoseksuele vrouwen weet ik het niet, maar ik kan me voorstellen dat er aangenamer 'lectuur' is dan de Playboy. En wie ook niet? Mensen die niet geïnteresseerd zijn in boekjes waar mensen als lustobjecten in geportretteerd worden, die dat soort exploitatie obsceen vinden en die zich bij het 'lezerspubliek' altijd een bende kwijlende kleuters voorstelt. Het is toch allemaal zo erg niet, dat ik nu ook een beetje veralgemeen en overdrijf?

Vergelijkbaar, maar nog moeilijker om tegen te protesteren: het 'ironische' seksisme en racisme à la Woestijnvis. Probeer je daar iets van te zeggen, dan heb je direct afgedaan, want als dat al niet om te lachen is ... Het gebeurt altijd in zo'n sfeertje van haha, mannen (!) onder elkaar, we weten dat het eigenlijk niet hoort, maar haha, we zeggen het toch, want iedereen weet dat het maar om te lachen is. Seksisme dat maar om te lachen is, is nog altijd seksisme (bedankt voor de quote, Anita Sarkeesian). Dat het maar om te lachen is, maakt het juist nog erger, want zo doe je alsof het iets onschuldigs is. Dat kun je alleen maar denken zolang je er zelf geen slachtoffer van geworden bent. Toegegeven, soms vind ik het inderdaad weleens grappig, maar seksisme, racisme en homofobie in grappen zijn als steentjes in je schoen: ze mogen nog zo klein zijn, je voelt wel voortdurend dat ze in de weg zitten en je wilt ze zo vlug mogelijk doen verdwijnen. En zelfs daarna voel je nog dat ze er gezeten hebben. (Homofobie is trouwens geen fobie: je bent niet bang, je bent gewoon een idioot.)
'Geubels en de Belgen' vond ik bijvoorbeeld een geweldig programma, en bijzonder grappig. Philippe Geubels was niet meer zo openlijk seksistisch als in M!LF, dat niet subtiel, niet goed gevonden en zeker niet grappig was. Toch viel het me regelmatig op dat hij een verhaal begon met “Ken je dat ...?”, om vervolgens iets te vertellen dat waarschijnlijk alleen mannen en maar sommige vrouwen (her)kennen. “Ken je dat, dat je dan tegen je vrouw zegt …?”


Is dat allemaal zo erg? Het is toch maar om te lachen? Denk ervan wat je wilt, maar volgens mij zou het nog meer om te lachen zijn als iederéén kan meelachen. Is het dus 'zo erg'? Het hangt er maar van af hoe goed je wilt zijn in je vak.

PS: Een gelukkige Vrouwendag iedereen! En als je zin hebt om eens goed te lachen vandaag: om 18 uur moet je op het Muntplein in Brussel zijn voor 'Womedy!'.

8 maart 2012

Hoezo, gendervriendelijk schrijven is moeilijk?

Je taal bepaalt niet hoe je denkt. Hoe we denken, bepaalt wel mee hoe onze taal evolueert. Een andere woordenschat opleggen zal onze mening dus niet veranderen. Nadenken over hoe je schrijft, en wat je er al dan niet bewust mee bedoelt, kan je wel over andere zaken aan het denken zetten. Dát is het doel.


Genderneutraal schrijven: zij en hij, of allebei

Een tekstproducent(e) die zijn/haar tekst genderneutraal wil opstellen, ondervindt soms dat zijn/haar tekst overladen wordt door haakjes, schuine strepen en dubbele onderwerpen. Als die auteur (m/v) overal hij/zij zet, of hem/haar of zijn/haar, en dat komt een paar keer kort na elkaar voor, dan is zijn of haar tekst verre van vlot geschreven.
Er zijn verschillende mogelijkheden om te ontsnappen aan de draken die in de alinea hierboven opeengestapeld werden. Als er maar één keer ‘hij of zij’ voorkomt in een zin is dat geen probleem, de tekst blijft vlot leesbaar. Een hele tekst over leiding (m/v) zou echter vol staan met dat soort dingen.
Om dat op te lossen, kun je bijvoorbeeld in de je-vorm schrijven. Vooral als je aanwijzingen geeft, kun je het beste die gebruiken. Zo spreek je de lezers ook directer aan. Vergelijk:
Dan geeft de leid(st)er de rest van de uitleg.
Dan geef je de rest van de uitleg.
De vliegen die je in deze klap allemaal slaat: je zin is korter, je tekst is genderneutraal zonder dat je kunstgrepen moet uitvoeren, en je spreekt het lezerspubliek (in dit geval leidingsmensen) direct aan.
Nog iets korter en directer is schrijven in de zogenaamde receptstijl:
Geef dan de rest van de uitleg.
Een andere strategie is in het meervoud schrijven. In plaats van aan elk kind zijn of haar knutselwerkje terug te geven, geef je alle kinderen hun werkje terug. In sommige gevallen kun je 'een' gebruiken in plaats van 'zijn/haar':
Iedereen brengt een knuffeldier mee.
Nóg een andere strategie is andere onderwerpen kiezen. Door je zinnen te verdraaien, vermijd je moeilijke constructies. Vergelijk:
Elke deelnemer krijgt zijn antwoordblad terug.
De jury geeft de antwoordbladen terug.

Genderbewust schrijven: doorbreek de mannelijke norm

“Is het niet voldoende als we in de inleiding schrijven dat we altijd de twee bedoelen als we ‘hij’ schrijven?” Vreemd genoeg wordt die vraag me altijd gesteld door vrouwen. Het antwoord zou al voorspelbaar moeten zijn: “Natuurlijk niet!” Er zijn nochtans veel auteurs die het doen. Zelfs Leen Pollefliet, in haar boek met een handleiding over hoe je genderneutraal kunt schrijven.
Er zijn verschillende redenen waarom zo’n voorwoord niet volstaat.
  • Je moet het geheugen van lezers zo weinig mogelijk op de proef stellen. Schrijf dus wat je bedoelt.
  • Voorwoorden worden dikwijls overgeslagen, dus zelfs mensen met een goed geheugen zouden niet weten dat je eigenlijk iets anders bedoelt dan je schrijft.
  • Zelfs al heb je dat zinnetje gelezen, en zelfs al heb je een goed geheugen, dan nog zal je mentale voorstelling van zo'n 'hij' een man zijn.
  • Zo'n voorwoord getuigt van intellectuele luiheid, want het is wel degelijk mogelijk om over beide geslachten te schrijven en toch een vlotte tekst af te leveren. Daar kreeg je ondertussen al een hoop tips voor.
  • 'Hij' gebruiken voor beide geslachten bevestigt de mannelijke norm.
Ik geef een voorbeeld van dat laatste. Een fotograaf kan zowel een man als een vrouw zijn. Tenzij je over een specifieke fotografe schrijft, zul je 'fotograaf' gebruiken als 'neutrale' term. Daar is niet per se iets op tegen, maar dan krijg je bijvoorbeeld een tekstje als dit:
Ronduit onweerstaanbaar, deze combinatie van Ferrarirood, blonde lokken en vrouwelijke rondingen. Fotografen zijn ook maar mensen, tenslotte. (Metro, 3/3/'05)
Wat klopt er niet?
  1. Het zijn voornamelijk mannelijke fotografen die close-ups maken van vrouwelijke rondingen.
  2. Als je de zin verandert in 'Mannelijke fotografen zijn ook maar mensen' (want het gáát over die mannen) wordt duidelijk dat het mannelijke gedrag tot algemeen-menselijk gedrag verheven wordt.
Dat is die mannelijke norm: gedrag dat typisch is voor mannen wordt als de norm gezien, en typisch vrouwelijk gedrag komt niet aan bod.
Een andere test: voor wie is dat geschreven? Juist: voor mannen. Vinden vrouwen de beschreven combinatie 'onweerstaanbaar'? Ik denk het niet. Had een vrouw het bijschrift mogen verzinnen, dan zou de laatste zin er waarschijnlijk zo uitzien:
Mannen zijn ook maar geile pubers, tenslotte.
Van een heel ander slag is de volgende passage uit het boek "Effectief communiceren voor dummies", geschreven door een man, maar heel duidelijk over mannen én vrouwen. Nog een troef van het boek: het spreekt de lezers rechtstreeks aan, en gaat er ook daarbij van uit dat het over mannen én vrouwen kan gaan.
Aan jezelf plukken: dit is een gewoonte waarbij je handen terwijl je probeert te luisteren bezig zijn met iets op je lichaam. Je speelt met een ketting, met een ring, trekt continu aan je stropdas, maakt een krul in je haar, of wrijft over je baard.
Het verschil met de tekst uit Metro is duidelijk.