18 september 2018

Stop eens met proberen

We zijn in het jeugdwerk toch zo voorzichtig. Hoewel we spelen bedenken en die dan publiceren, durven we het moeilijk aan om die als instructies te verpakken. Voor mij is zo'n kant-en-klare activiteit als een recept: doe dit, doe dat, en klaar. Dat sommigen creatief aan de slag gaan met recepten is niet de zorg van degene die ze schrijft. Die creatievelingen zullen dat toch al doen. In je tekst de mentale ruimte voorzien om zaken aan te passen, zorgt vooral voor leesballast.

Vergelijk de volgende instructies:

  • Je kunt je misschien zelfs verkleden om het thema eventueel nog levendiger te maken.
  • Om het thema nog levendiger te maken, kun je je verkleden.
  • Je verkleden maakt het thema nog levendiger.
Drie keer hetzelfde, maar de derde versie is maar half zo lang. Zo blijft er meer plaats over voor extra ideeën. ;)

'Proberen' is een woord dat in dergelijke instructies meestal overbodig is. Stop maar met proberen, en doe het gewoon.
  • Probeer ervoor te zorgen dat iedereen plaats heeft om te zitten.
  • Zorg ervoor dat iedereen plaats heeft om te zitten.
Zeker in combinatie met 'zo x mogelijk' is het woordovertolligheid.
  • Probeer de bal zo ver mogelijk te gooien.
  • Gooi de bal zo ver mogelijk.
Als je iets probeert, dan kan het zijn dat dat mislukt. Maar hoe kan 'zo ver mogelijk gooien' mislukken? Zelfs al laat je de bal gewoon op je tenen vallen, dan nog is dat 'zo ver mogelijk'. Echt ver is het niet, akkoord, maar hé: in het jeugdwerk krijg je ook altijd een tweede kans, hé!

17 juli 2018

Rien ne va plus

Over 'inzetten op' en andere vage beloftes

De verkiezingen naderen, dus schrijven alle partijen allerlei beloftes in hun programma. Net zoals allerlei organisaties beleidsnota's schrijven vol voornemens. De laatste jaren duikt daar meer en meer een nieuw modewoord in op. Iedereen wil altijd maar 'inzetten op' dit en 'inzetten op' dat. Lekker vaag, dus ideaal voor dergelijke documenten. Het zegt namelijk niets.

Iemand die de situatie begrijpt en al nagedacht heeft over wat er moet gebeuren, die zet er niet op in.

  • We willen focussen of ons concentreren op een beter woordgebruik. We zullen onderzoeken wat er beter kan.
  • We zullen erin investeren om onze tekstschrijvers (m/v/x) betere teksten te doen afleveren. Dat kan gaan over tijd, geld, menskracht, enzovoort. We zullen er dus tijd voor maken, we zullen geld vrijmaken voor opleiding, we willen experts inschakelen om uitleg te geven of om ons te begeleiden, enzovoort.
  • We willen werk maken van teksten die concreet genoeg en voor iedereen begrijpelijk zijn.
  • We willen moeite doen om toegankelijke teksten te produceren.

Inzetten op iets, voor mij is dat: ergens je geld op zetten, en dan hopen dat je geluk hebt. Voor hetzelfde geld ben je alles kwijt - zomaar, ineens. Inzetten is een gokterm. Rien ne va plus.

13 juli 2018

Over mengen en mixen

Van groepjes en mensen lees ik weleens dat ze 'door elkaar gemixt' moeten worden. Ik kan het niet helpen: dat vervang ik. Mixen associeer ik namelijk met agressie. Een mixer heeft mesjes die alles kapot snijden tot er een egale brij of vloeistof overblijft. Dat doe je niet met mensen of groepen, vind ik. Zeker niet als je openstaat voor iedereen en ruimte wil geven aan diversiteit. Een groep is eerder een salade dan een soep: je kunt de groenten wel mengen zoveel je wilt, maar je blijft alles erin herkennen, en alles behoudt zijn eigen kleur en smaak.

Of hoe je zelfs taalkundige kwestietjes een ideologische invulling kunt geven. ;)

2 februari 2018

Het doel van het spel

Een uitgebreide speluitleg? Die laten we graag voorafgaan door een korte versie. In een paar woorden of desnoods zinnen leggen we uit wat de bedoeling is. Dat helpt namelijk om te begrijpen waar het over gaat, en waar elk spelonderdeel in het grotere geheel past. Alleen: blijkbaar begrijpt niet iedereen wat 'doel van het spel betekent'. :p

Het doel van het spel is bijvoorbeeld: om het meeste leventjes verzamelen. Of: om het snelst alle raadsels oplossen. Of: tegen het einde van de namiddag moeten we alle ingrediënten verzameld hebben zodat we pannenkoeken kunnen bakken.
Zie je hoe dat werkt? Kort en bondig, en het gaat over wat we moeten bereiken.

Het kan zijn dat je dat redelijk vanzelfsprekend vindt. 'Doel van het spel', dat is toch duidelijk? Wat zou je daar anders in schrijven? Toch?

In de praktijk valt dat nochtans weleens tegen. "Dit is een spel in x ploegen. In y ronden moeten ze punten verzamelen. Op het eind moeten ze nog opdracht z uitvoeren. Wie op het einde de meeste punten heeft, wint." En let op, dit is dan nog een korte versie.

Schrijf je toch liever zo'n korte samenvatting dan enkel wat het doel is? Ook geen probleem, hoor. Ook dat helpt om de uitgebreide uitleg te begrijpen. Maar vervang dan gerust het titeltje 'Doel van het spel' door 'In het kort'. :)

25 januari 2018

Nieuwe mensen

Nieuwe mensen zijn blijkbaar een commercieel argument. Heel wat evenementen worden zo aangeprezen: je kunt er nieuwe mensen leren kennen. Als ik dat ergens zie staan, denk ik altijd dat ze plaatsvinden in een kraamkliniek. Dat is namelijk de enige plaats waar je echt ‘nieuwe mensen’ vindt. Overal elders zie je mensen die al een tijdje bestaan. Tegen de tijd dat je hen echt leert kennen, bestaan ze gewoonlijk zelfs al ettelijke jaren. En langs bepaalde drukke wegen zijn er blijkbaar heel veel kraamklinieken naast elkaar, waar ze zich specialiseren in babymeisjes. :p

Nee, ik vind het een vreemde manier om naar de wereld te kijken, waarbij mensen pas bestaan op het moment dat ze jouw pad kruisen. Ik leer gewoon mensen kennen. Of ik maak nieuwe vrienden. Dat dan weer wel, want als vriend van mij bestonden ze nog niet. En je hebt ook mensen die nieuw zijn in hun taak, opdracht of hoedanigheid: een nieuwe directeur, een nieuwe voorzitster, nieuwe leden.

1 december 2017

Over springende spaties

Aan spatiefouten is er een hele website met bijbehorendeFacebookpagina gewijd. Meer en meer worden samenstellingen in stukjes gehakt, waarschijnlijk onder invloed van het Engels. We moeten veel meer aaneenschrijven, of op z’n minst koppeltekens gebruiken. Zo is het niet ‘autisme spectrum stoornis’, zoals het in elke sociologenscriptie staat, maar ‘autismespectrumstoornis’. Maakt dat zoveel verschil? Soms wel, want spaties kunnen betekenissen veranderen. Een ‘koppel teken’ is iets anders dan een ‘koppelteken’, bijvoorbeeld.

Is deze deur nu buiten gebruik, of moet je langs hier als je buitendienst hebt?


Vreemd genoeg zien we op andere plaatsen tegelijk het omgekeerde gebeuren. Alsof de spaties die op de ene plaats opduiken waar ze niet moeten staan eigenlijk van een andere plaats gesprongen komen. Om de een of andere reden gaan mensen tegenwoordig bijvoorbeeld opzoek naar informatie om bepaalde onderwerpen aanbod te brengen. In sommige gevallen kun je nog vermoeden dat autocorrectie daar voor iets tussen zit, maar ik kan toch moeilijk geloven dat mensen hele artikels zitten te schrijven op hun gsm. Alisnietsonmogelijknatuurlijk. 

28 november 2017

Ik ben niet zo'n fan van groenten en fruit

Groenten en fruit, dat is bijna een komisch duo. Zo dikwijls kom je die combinatie tegen. En het is ook allemaal lekker en gezond - daar gaat het dus niet over. Integendeel, ik ben zelf voorzitter van vzw Stadsboerderij Kortrijk, waar we biologische teelt en korteketenlandbouw promoten. En toch heb ik een hekel aan groenten en fruit. Als taalridder dan.

Het is een vreselijke combinatie. Groente is een de-woord, fruit is een het-woord. Groenten is meervoud, fruit is enkelvoud. Het gevolg? Elke keer als mensen daar iets bij willen zetten, draait het in de (groente)soep. En ja, ook dat nog: het is 'groentesoep' en niet 'groentensoep', omdat er nog altijd veel mensen zijn die vinden dat 'groentes' een goed meervoud is van 'groente'. Geen tussen-n dus.

Lekkere groenten en fruit? Fout, want het is niet 'lekkere fruit'.

Je kunt natuurlijk beweren dat die 'lekkere' alleen op de groenten slaat, maar dat houdt niet echt steek. Heb je het over 'de verse groenten en fruit', dan bedoel je namelijk specifieke groenten - enkel degene die vers zijn - en wat willekeurig fruit.

Of als we het nu eens allemaal anders noemden? Lekkere verse maaltijd- en dessertgroenten! Wat denk je daarvan? ;)

23 juni 2017

De man is niet de mens - oproep voor meer vrije vertalingen

Het brood in uw kast behoort de hongerige man; de jas die ongedragen in uw kleerkast hangt, behoort aan de man die hem nodig heeft; de schoenen die staan te rotten in uw halkast behoren de man die er geen heeft; het geld dat u ophoopt, behoort aan de armen.
-- Basil de Grote, bisschop van Caesarea, circa 365
Mooie woorden, toch?

Ja en nee.

Als je tijdens het lezen niet bedacht hebt dat een man niet veel heeft aan vrouwenschoenen, of dat er ook vrouwen zijn die honger hebben, dan heb je werk te doen. Het goede nieuws is: dat soort kokerzicht kun je zelf genezen. Je bent er zelfs al mee bezig door dit te lezen. ;)

Basil de Grote heeft die uitspraak natuurlijk niet letterlijk gedaan. Die mens sprak geen Nederlands. En ook: in 365 werd de mannelijke norm nog niet in vraag gesteld. 'De mens' was nog een 'hij', ook in andere talen, en daar stelde niemand vragen bij. Maar ondertussen weten we beter. Of dat zou toch moeten - er sterven nog altijd vrouwen aan een hartaanval omdat de symptomen voornamelijk bij mannen onderzocht worden en verondersteld worden universeel te zijn, om maar ineens iets dramatisch te noemen. Maar ja dus, het maakt wel degelijk een verschil. 'De mens' is geen 'hij'.

"Maar het is een citaat." Ja, maar het moet vertaald worden om het in het Nederlands te begrijpen. En het is van 365. Toen Basil de Grote het over 'de man' had, bedoelde hij mensen, niet alleen mannen. 'De hongerige man' staat voor 'iedereen die honger heeft'. Er is dus niets mis mee om dat zo te vertalen, of om de Nederlandse vertaling zo te hertalen. Integendeel. Eigenlijk is het onze plicht.

4 mei 2017

Nee, 'De wereld is een toverbal' is geen Chirolied

Bij Chirojeugd Vlaanderen komen regelmatig vragen die je als volgt kunt samenvatten:
Ik ben op zoek naar het Chirolied 'De wereld is een toverbal'.
Als we dan antwoorden dat dat geen Chirolied is, is iedereen verwonderd.
Tiens, wij zongen dat nochtans in de Chiro!
Dat kan goed zijn, ja. Maar tegenwoordig zingen ze ook liedjes van Marco Borsato en Clouseau aan het kampvuur. Die artiesten storten hun royalties ook niet door naar de Chiro, hé. 😊 Idem voor de erfgenamen van Nonkel Bob, overigens, want we hebben allemaal weleens 'Vrolijke vrienden' gezongen.

Het lied is van Lex van Tuyl Sr. © uitgeverij Gooi en Sticht. Het verscheen in 'Zing met ons', een uitgave van CM, Jeugd & Gezondheid.


Hier kun je een versie downloaden van basisschool De Toverbal: www.de-toverbal.nl/main.php?id=307795

Gitaarakkoorden vind je op www.kampvuursongs.be/akkoorden/de-wereld-is-een-toverbal-in-d/.

17 februari 2017

Chirotaal 2017

Deze post is een vervolg op Chirotaal (2014). Neem die tekst er dus zeker ook nog eens bij.

Jaarthemataal

Sinds het begin van dit millennium creëren Chirojaarthema's heel wat nieuwe woordenschat. In 1999 had je al de woordspeling Kukelekunst, maar vooral sinds 2001 is er geen houden meer aan. Met alle gevolgen van dien, want de woordspelingen zijn zo 'goed' gevonden dat alleen de taalcorrector nog weet hoe het allemaal geschreven wordt. Sinds 2004 krijgen we bovendien bijvoeglijke naamwoorden die van de slogan afgeleid zijn.

NatuurLeuk! (2004-2005)

Het heeft met natuur en/of milieu te maken, en het is plezant. Sinds dat werkjaar doen we NatuurLeuk!e spelletjes. Dat uitroepteken hoort bij de naam, dus volgt er ook nog een zinsleesteken op. Heel verwarrend in een vraag: "Wat vond jij van NatuurLeuk!?"

Stout?Moedig! (2010-2011)

Dat werkjaar ging het over Stout?Moedig!e daden. Je stoute schoenen aantrekken en doorzetten. Zelfde moeilijkheden als bij NatuurLeuk!, maar met een extra leesteken halverwege het woord.

Chirocycle (2016-2017)

Dit werkjaar krijgen we geen neologismen, maar bij de wereld van precycling, upcycling en recycling hoort wel specifieke woordenschat. Zo gaat het dikwijls over bekers waar je een waarborg voor geeft, en als je drankje op is, wissel je ze weer in. Dat inwisselen zet mensen blijkbaar op een verkeerd been: een wisselbeker is een trofee die je moet teruggeven zodra de wedstrijd of het tornooi opnieuw georganiseerd wordt. Die dingen waar je uit drinkt op een fuif zijn herbruikbare bekers.

Door de dwang van het rode lijntje schrijven mensen samenstellingen meer en meer 'op z'n Engels': met spaties in plaats van aaneen. Het komt zelfs zo vaak voor dat er een website aan gewijd is: Signalering Onjuist Spatiegebruik. Het is nochtans eenvoudig: een samenstelling schrijf je aan elkaar. Als er klinkers botsen of als er verwarring kan ontstaan, schrijf je een koppelteken. En als je het zelf duidelijker vindt, mag je ook een koppelteken schrijven waar dat niet echt moet. Dus: Chirocycle-actie. Alleen bij cijfers en bij (merk)namen mag en moet de spatie blijven staan: 24 urenactiviteit, De Banierwinkel (zie verder).

Merknamen

Voor merknamen moet je zorg dragen. Dat betekent twee dingen.

  • Je schrijft ze altijd op dezelfde manier. De Banier is in twee woorden, met twee hoofdletters, ook in samenstellingen. Idem voor De Karmel, De Kalei en De Hagaard. Zoals we ook Rode Kruispost schrijven, dus. Vind je 'de De Banierwinkel' vreemd? (Terecht.) Maak er dan 'een winkel van De Banier' van. 
  • Je gebruikt ze spaarzaam. Chiropublicaties gaan over de Chiro, dat spreekt vanzelf. Het is dus niet meer nodig om te benadrukken dat je Chiroactiviteiten doet op je Chiroterrein en in je Chirolokalen, en dat de Chiroleiding en de Chiroleden daar Chirokleren voor aandoen om het Chirogevoel nog aan te wakkeren.

24 augustus 2016

Efficiënt om hulp vragen

Efficiënt om (IT-)hulp vragen, het is blijkbaar een kunst.

Op mijn werk bij Chirojeugd-Vlaanderen vzw ben ik halftijds taalcorrector en halftijds IT'er*.  Maar hoewel die combinatie ongewoon is, maak ik in beide 'domeinen' dikwijls situaties mee die rond hetzelfde draaien: heel precies verwoorden waar het over gaat, met voldoende maar niet te veel informatie om mee te zijn.

Veel helpdeskvragen zien er als volgt uit: "Ik probeerde X te doen, maar het lukt niet. Kunnen jullie mij helpen?"
Meestal kunnen we inderdaad helpen, maar als dat je vraag is, staan we nog nergens. Wat bedoel je met ' het lukt niet'? Vind je de webpagina niet waar je dat moet doen? Vind je de pagina wel maar geraak je niet ingelogd? Staat op die webpagina niet wat je verwacht? Krijg je een foutmelding? Zo ja, wat staat daar dan in? En wat deed je vlak voor je die foutmelding kreeg? Als je een formulier probeert in te vullen, welke gegevens vul je dan in? (En in het geval van Chirogroepen: wie ben jij, wat is je functie, en over welke groep gaat het?)
Als je belt, is die eerste uitspraak een goede opener. De vragen die we nog hebben, kunnen we een voor een stellen en zo geraken we vooruit. Maar mail dient niet voor dringende communicatie, het kan dus soms een dag duren voor je antwoord krijgt. Op die manier kan zo'n 'conversatie' gemakkelijk een week duren.

Vragen stellen is dus een beetje hetzelfde als schrijven, zeker als je mailt. Wees zo specifiek en volledig mogelijk, dan kunnen we je veel sneller helpen. En daar wordt iedereen gelukkiger van. :)


------------------
* Ongewone combinatie, ik weet het. Het is dan ook een ideaal gespreksonderwerp als ik mij in een gezelschap bevind waar ik niet veel mensen ken - en meestal begint dat al met "Ah, wérken er echt mensen bij de Chiro?!" Ja dus. Wel 160.

3 september 2015

Leestekens in opsommingen

Op school leerden wij dat een opsomming één lange zin is. Dat betekende:
  • dat elk puntje moest eindigen met een puntkomma;
  • dat er alleen na het laatste puntje een punt komt;
  • dat je in de problemen komt zodra er een puntje tussen zit van meer dan één zin. Als die niet op het einde van de opsomming komt, zit je namelijk met rariteiten;
  • dat je je puntjes dus het beste kort houdt, of dat je zinnen op onmogelijke manieren aan elkaar moet breien.
Toen ik al als taalcorrector werkte, volgde ik een vorming over ‘schrijven voor het web’. Daarin werd iets anders verteld. ‘Vlot leesbaar’ en ‘grammaticaal correct’ gaan niet altijd makkelijk samen, maar leesbaarheid is het belangrijkste. Dat wil dus zeggen:
  • Begin elk puntje met een hoofdletter, zelfs als de opsomming een inleiding heeft die eindigt met een dubbelpunt
  • Als elk puntje uit één zin bestaat, moet er geen punt achter
  • Vragen en uitroepen hebben een gespecialiseerd leesteken, en dat moet er natuurlijk wél staan
Ik ben nogal een fan van consequent zijn. In een opsomming heb ik dus graag eenvormigheid: ofwel overal een leesteken, ofwel nergens. Eindigt een van de items op een uitroepteken of een vraagteken? Of zit er een tussen van meer dan één zin, waardoor het eindigt op een punt? Dan laat ik ook de andere eindigen op een punt.
Consequentie voor alles, en leesbaarheid boven grammatica dus. Maar ik ben wel opgekweekt met zinsontleding, en zo’n opsomming met een inleiding is nog altijd iets dat een beetje wringt. Daarom vermijd ik die dubbelpunt waar ik kan. Is de inleiding een zin op zich, dan laat ik ze eindigen als een zin. Een voorbeeld: “Vraag jezelf daarbij het volgende af”. Meestal staat daar een dubbelpunt achter, en dan de opsomming. Dat zegt eigenlijk twee keer hetzelfde, want die dubbelpunt geeft ook aan dat er iets volgt. Nochtans volgen die vragen ook nog als de zin zelf afgesloten wordt.
Gebruik je zelf een opsomming in je tekst en wil je dat aanpakken zoals ik? Vraag je dan het volgende af.
  • Kan de inleiding gewoon afgesloten worden? Dan mag daar een punt staan in plaats van dubbelpunt.
  • Is er een puntje dat uit meer dan één zin bestaat? Laat dan elk puntje eindigen op een leesteken.
  • Zijn het allemaal korte puntjes zonder werkwoord? Hoofdletter vooraan, geen leesteken achteraan.
Dat laatste illustreert nog een andere manier waarop ik mijn opsommingen graag eenvormig heb: ofwel zijn het allemaal trefwoorden, ofwel allemaal zinnen. Anders is het een rommeltje, dan breek je de leescadans. Als alles hetzelfde opgebouwd is, kun je makkelijk doorlezen. Wissel je tussen zinnen en trefwoorden, dan stop je weerhaakjes in je tekst. Je laat de lezer/es struikelen. Zo trek je wel de aandacht, maar struikelen is vervelend. Ik geef een voorbeeld. Wat heb je nodig als je op weekend gaat?
  • Slaapgerief.
  • Wasgerief.
  • Wil je je ook scheren? Scheergerief.
Dat ziet er niet uit, hé. (Vind ik toch.) Je kunt het als volgt verbeteren.
  • Slaapgerief
  • Wasgerief
  • Als je je wilt scheren: scheergerief
Hier gaat het om een kort zinnetje, dus dat zou ik waarschijnlijk nog zo laten staan, maar om het helemaal eenvormig te maken:
  • Slaapgerief
  • Wasgerief
  • Eventueel scheergerief

21 augustus 2015

Chirowerking geven gaat helemaal vanzelf

Als ik het allemaal maar liet passeren, zou je de indruk krijgen dat het helemaal niets inhoudt om groepen te begeleiden. Zowel op zondag bij een afdeling als op cursus gaat alles schijnbaar vanzelf.
“De groep wordt in twee ploegen verdeeld.”
“Het trajectboekje wordt overlopen.”
“Hierbij is het belangrijk dat benadrukt wordt dat blablabla”
Je zou haast vergeten dat je dat allemaal zelf moet doen. ‘Als leiding’, want dat staat er ook heel dikwijls bij. “Als leiding hou je een oogje in het zeil.” Als piraat of ontdekkingsreizigster hoeft dat niet, maar als leiding dus wel. Alsof ontdekkingsreizigsters en piraten niets beters te doen hebben dan handleidingen voor Chiroleiding te lezen! Maar toch, stel je voor dat zij ineens een oogje in het zeil zouden houden. Nu, die piraat is daar misschien wel goed in ... Maar nee, er staat ‘als leiding’! Niets aan te doen.

24 juni 2015

Het ga je goed

Het duikt weer overal op in mijn socialemedianieuwtjes: “Het gaat je goed.” In dit geval gaat het meestal over Thé Lau, de pas overleden zanger van The Scene, en dat maakt het vreemd. Waarom? Omdat ‘het gaat je goed’ een vaststelling is, geen wens. Als je dat zegt tegen iemand die trouwt, of die een huis koopt, dan kan het er nog mee door. Ja, dan gaat het goed, want je neemt een belangrijke stap in je leven en je begint aan een nieuw hoofdstuk. Als je iets wilt wensen, moet je een andere werkwoordsvorm gebruiken. De subjonctief, heet dat, of in het Nederlands: de aanvoegende wijs. Zoals in ‘uw wil geschiede’, of ‘men weze gewaarschuwd’, dat met die ‘men’ erbij nog duidelijker maakt dat het over een stijve en ongewone constructie gaat.

Nee, met iemand die overleden is, gaat het niet goed. Je kunt hem of haar wel alle goeds toewensen, ook als je zelf niet in een hiernamaals gelooft. Dat is een geijkte vorm van afscheid nemen. Maar bij geijkte gewoonten horen geijkte formuleringen, dus: het ga je goed, Thé. En bedankt voor vele mooie herinneringen aan mijn jeugdjaren, voor heel veel ontroering, en voor de inspirerende energie die je het voorbije jaar nog had.


24 april 2015

m/v/x

Was het juist komkommertijd, of is het inderdaad een wereldschokkend nieuwtje? De Chiro vermeldt op vacatures voortaan niet meer 'm/v' maar 'm/v/x'. Een kleine aanpassing, maar een wereld van verschil voor iedereen die zich niet als man of vrouw identificeert. Het zelfmoordcijfer bij mensen met een transgenderidentiteit ligt bijvoorbeeld ontstellend hoog, doordat onze samenleving (en niet alleen de onze) zo weinig begrip kan opbrengen voor wie 'anders' is. Dat leidt tot uitsluiting en zelfs (dodelijk) geweld. Met de Chiro willen we onze maatschappelijke rol opnemen en een voortrekkersrol spelen om tot meer aanvaarding te komen.

Over wie kan dat allemaal gaan?
  • Mensen met een transgenderidentiteit: mensen met een mannenlichaam die zich vrouw voelen of omgekeerd, al dan niet met de wens om innerlijk en uiterlijk via behandelingen en/of operaties met elkaar in overeenstemming te brengen
  • Mensen die intersekse zijn: zij hebben lichamelijke kenmerken van mannen én vrouwen; dat kan over hormonen, geslachtsdelen en/of chromosomen gaan
  • Mensen die zich noch man noch vrouw voelen (non-binair of agender)
  • Mensen die zich nu eens man, dan eens vrouw, beide tegelijk (androgyn), of zelfs nog iets anders voelen (genderfluid)
Gaat dat dan over veel mensen? Volgens Het Laatste Nieuws toch over een goeie dertigduizend in Vlaanderen. Maar hoe meet je zoiets, als velen zwijgen uit angst voor hun omgeving?

Voor wie meer wil weten over al die zaken: 'Gender, identiteit en diversiteit' is een goeie, korte inleiding.

Lo and behold: gisteren (23 april 2015) erkende de Raad van Europa het derde geslacht X. Eerder bestond het onder andere al in Duitsland en Thailand.

We kregen onder andere felicitaties van het Vrouwen Overleg Komitee, en daar zijn we natuurlijk trots op. Maar niet iedereen neemt het ons in dank af:
  • spiritualia.be vindt het logisch als je er niet over nadenkt (nee, het is inderdaad niet duidelijk wat ze bedoelen, maar in een ander bericht noemen ze de Antwerpse bisschop 'niet pluis' omdat hij het opneemt voor holebikoppels)
  • Katholieke Actie Vlaanderen noemt ons moreel failliet en roept ouders op om hun kinderen weg te halen bij die 'perverse en anti-christelijke Chiro' (trigger warning!)
Naastenliefde vraagt natuurlijk bovenmenselijke inspanningen, dus we zullen dat maar normaal vinden, zeker? :p

Persaandacht:


Eerder verschenen in het nieuwsbriefje 'Meepraten met de jeugd'.

17 maart 2015

Het geval ‘en/of’

Ik kwam vandaag de volgende zin tegen:
Elk gewest heeft twee meters en/of peters.
Wat er bedoeld wordt, is dat er voor elk gewest twee mensen zijn die de peter-meterwerking opnemen. Dat kunnen dus twee meters zijn, of twee peters, of een meter en een peter. Die 'en/of' moest dat duidelijk maken, maar dat klopt niet. 'En/of' betekent: het is ofwel allebei, ofwel één van beide. In dit geval: ofwel twee meters, ofwel twee peters, ofwel twee meters én twee peters en dus samen vier personen.

Hoe los je dat nu op? Door je zin om te draaien, of door andere woorden te kiezen.
Via de peter-meterwerking zijn er voor elk gewest twee contactpersonen. 
Elk gewest heeft twee mensen die als peter of meter optreden.

13 maart 2015

Jaarthema’s van de Chiro zijn een sausagefest

Chirojeugd Vlaanderen zet elk werkjaar een aspect van haar visie in de kijker. Via verschillende impulsen wordt die visie zo onder de aandacht gebracht, en ondertussen verder uitgewerkt en verfijnd: bijvoorbeeld in activiteiten voor leden, in discussies met leiding, en in een groot evenement waar dikwijls ook 'de buitenwereld' bij betrokken wordt. Als rode draad en dragend vehikel bedenken we daarvoor een verhaal. De hoofdpersonages van dat verhaal zijn dan een soort verpersoonlijking van het thema.

Jaarthema's verzinnen en zulke verhalen bedenken is niet eenvoudig. Het verhaal moet namelijk kinderen én jongeren aanspreken, en jongens én meisjes. Omdat we onze boodschap al moeten verkopen, maken we van dat verhaal dus iets wat aanspreekt. Het mag met andere woorden geen (extra) drempel inbouwen. En daar wringt het schoentje, want dat betekent dat we daarbij een marketinglogica volgen.

Marketingonderzoek leerde ons al dat we met onze bekendmakingsaffiches vooral jongeren moeten aanspreken. Kinderen volgen vanzelf, onder andere omdat ze opkijken naar wie ouder is. Omgekeerd worden jongeren niet aangesproken door 'kinderachtige' affiches. In de literaire wereld blijkt dan weer dat jongens niet geïnteresseerd zouden zijn in verhalen over meisjes. J.K. Rowling, van de gigantische succesreeks Harry Potter, gebruikt haar initialen omdat een vrouwennaam volgens haar uitgever jongens afschrikt, zelfs al gaat het verhaal over een jongen. Wie de Bechdeltest kent, weet ongetwijfeld dat er bedroevend weinig films zijn waarin twee vrouwelijke personages minstens één zin tegen elkaar zeggen die niet over een man gaat. (En dat terwijl 'screenwriting' in de jaren 1920 een door vrouwen gedomineerd beroep was. We gaan er dus op achteruit!) Vrouwen dienen als achtergrondversiering, als trofee voor de mannelijke held of als 'plot device'.

Conclusie van al die mechanismen: we leren al van jongs af dat blanke westerse mannen beschouwd worden als een universele standaard waar iedereen zich in kan of moet herkennen, en dat vrouwen niet belangrijk zijn. Mannen kunnen elke rol spelen, maar vrouwen zijn in de eerste plaats vrouw. Iets soortgelijks gebeurt met huidskleuren: blanken kunnen elke rol spelen, terwijl niet-blanken vooral gecast worden in verhalen waar hun etnisch-culturele achtergrond deel uitmaakt van het verhaal. (Gelukkig zijn er wel al uitzonderingen als 'I'm Not There' en 'How To Get Away With Murder'.) Een opvallende illustratie daarvan zien we in de Star Wars-versie van Angry Birds: de blanke mannen in het verhaal kunnen als vogel blijkbaar elke kleur hebben, behalve zwart en roze, want vrouw zijn of een zwarte huidskleur hebben, is hét onderscheidend kenmerk van de andere personages.

Conclusie voor mensen die een verhaal willen bedenken dat een visie moet helpen verkopen: we schrijven iets over een jongen of een man, en eventueel mag er nog een meisje of vrouw meedoen zodat het hoofdpersonage op iemand verliefd kan worden. Kiezen voor een vrouwelijk hoofdpersonage is dus op zich al een statement en een engagement. Zelfs in een jeugdbeweging waar meer dan de helft van de leden meisjes zijn.

We hebben nood aan andere verhalen. Niet alleen als jeugdbeweging, maar als samenleving, en niet alleen in Vlaanderen maar in heel de wereld. Superdiversiteit komt namelijk in heel de wereld voor. Dat betekent dat je overal mensen van overal vindt, en toch leren we elkaar blijkbaar niet goed genoeg kennen om in vrede samen te leven. Daarom is het belangrijk dat we verhalen leren kennen over mensen die anders zijn dan wij, en het maakt niet uit hoe je die 'wij' definieert. Iedereen heeft nood aan rolmodellen waarin we ons kunnen herkennen. Verhalen van mensen die anders zijn dan wij, verteld door die mensen zelf en op een manier die ze zelf kunnen kiezen, leren ons empathie ontwikkelen. (Verwondert het je nog dat mannen klagen dat ze vrouwen niet begrijpen?) En een veelheid aan perspectieven helpt ons van onze vooroordelen af. Dan zullen leidsters misschien niet meer zo geneigd zijn om zich een stoppelbaard te schminken omdat ze ervan uitgaan dat de piraat, de professor of de inbreker uit het inkledingsverhaaltje een man is. Het zou dan ook mooi zijn als de Chiro haar diversiteitsvisie ook promoot door haar keuze voor minder voor de hand liggende jaarthemafiguren.


P.S.1: Voor wie inspiratie zoekt: op 9 maart stelde Sesam tien superdiverse kinderboeken voor.

P.S.2: De aanleiding voor de titel is een aflevering van mijn nieuwsbrief Meepraten met de jeugd. Een van de aanleidingen voor de blogpost zelf is Internationale Vrouwendag.

Jaarthemafiguren van de laatste jaren

Zie chiro.be/jaarthema en chiro.be/wat-is-chiro/geschiedenis/oude-jaarthemas

2014-2015: ChiromantiekRens
2013-2014: WijkUitWouter de kabouter
2012-20113: GoestinkBriek, hond Sniffer en Jas (het verhaal draait rond Briek, die verliefd wordt op Jas)
2011-2012: Armoede is een onrechteen hele collectie monsters
2010-2011: Stout?Moedig!Rob en de Rover
2009-2010: Een maatje meerBenny en Vriend Vogel
2008-2009: Feest mee!--
2007-2008: Chi-ro-la-la-laMC Sollami, Fa Muzz, Veer-le, Kees Kaas (Sollami is de belangrijkste)
2006-2007: GeksentriekJo de pinguïn
2005-2006: Verdraai-De WereldLuz en zoontje Raf (een niet-westerse vrouw!)
2004-2005: NatuurLeuk!Pliep en Ploep
2003-2004: Play's 2BKaroo en Nette
2002-2003: Speel goedPol van het containerpark
2001-2002: ZINderINgBagger en Lampedeir
2000-2001: Maak het mee!Kor (+ bompa, Veerle en Ward)
1999-2000: KukelekunstKobus de clown, Mie de Muze en Jasmina de ballerina
1998-1999: Ik ren dus ik bentwee mannen en twee vrouwen (expeditieleden)
1997-1998: Met Liefspostbode Flo (een vrouw!)

30 januari 2015

1 jaar 'Meepraten met de jeugd'

Ik heb net vastgesteld dat het al (meer dan) een jaar geleden is dat ik mij door collega's liet overhalen om een nieuwsbriefje te maken over jongeren- en socialemediataal. Sindsdien hou ik alle leuke, nieuwe en actuele woorden bij in een lijstje, en een paar keer per week zoek ik daar prentjes en interessante links bij om een en ander uit te leggen.


De recentste afleveringen vind je nog online: http://bit.ly/ArchiefMeepraten. (Handige tip: als je het adres van een website wilt doorgeven, maar die staat vol codes die moeilijk zijn om te dicteren en/of over te typen: op http://bit.ly kun je die laten inkorten!) Wie geïnteresseerd is in een ouder trefwoord kan van mij nog altijd een link krijgen. Inschrijven kan onder andere op mijn Facebookpagina.

21 november 2014

Jan en alle vrouwen

Er zijn heel wat uitdrukkingen in het Nederlands waar de naam Jan/jan in voorkomt. Maar wanneer moet dat nu met een hoofdletter en wanneer niet?

Er zijn twee soorten. Wil je geen fouten maken, dan kun je lijstjes van buiten leren. Op de site van de Taalunie leggen ze ongeveer uit welke regels erachter zitten. Hieronder vind je enkele voorbeelden.
  • Met hoofdletter: Jan en alleman, Jan met de pet, Jan Modaal en voor Jan Lul staan.
  • Zonder hoofdletter: de grote jan uithangen, op z'n janboerenfluitjes, jan-van-gent en janlul.
Onthou dat maar allemaal voor het Groot Dictee! :)
(Ook grappig om te zien: een pietje-precies kan ook een jantje-secuur heten.)

Mensen die mij kennen of die mijn interesse voor taal wat volgen via een of ander online platform weten dat ik sterk achter genderbewustzijn sta. In bepaalde gevallen geef ik daarom de voorkeur aan sekseneutrale termen. Let wel: mannelijke beroepsbenamingen zijn nooit sekseneutraal, zelfs al worden ze zo gebruikt. In andere gevallen streef ik naar genderevenwicht, en als het kan liefst zelfs met inbegrip van niet-binaire genders.

Binair genderevenwicht betekent onder andere dat je overal 'hij of zij' gebruikt. Altijd de twee, want dan gaat het ook over allebei. Zelfs al beweert iemand dat 'hij' altijd naar mannen én vrouwen verwijst, in het hoofd van de lezer of de lezeres is het altijd een man. Door bijvoorbeeld 'leiders en leidsters' consequent naast elkaar te zetten, vermijd je bovendien dat ze los van elkaar gezien worden en dat er een verschil in appreciatie ontstaat zoals tussen secretaris en secretaresse.
Wat heeft heel dat genderbewustzijn nu met vaste uitdrukkingen te maken? Veel, want Jan is een man, maar Jan met de pet betekent 'een gewone, eenvoudige mens'. Die mens kan ook een vrouw zijn, maar daar staan mensen niet bij stil. Gelukkig ben ik niet de enige die daar aandacht voor heeft, en zijn er al alternatieven bedacht:
  • Jan met de pet en Mien met de bloemetjesjurk (Te lang? Lees vooral verder!)
  • Jan en An Publiek
In andere gevallen kun je voor een andere uitdrukking of een ander woord kiezen. De grote jan uithangen kun je bijvoorbeeld vervangen door hoog van de toren blazen. Jan met de pet wordt dan de mens in de straat, of de gewone mensen. Jan en alleman wordt 'iedereen', 'zomaar iedereen' of 'echt iedereen'. Is dat taalverarming? Ik vind het toch een verbetering. Maar vind je zo'n rijmende uitdrukking voor 'iedereen' toch leuker? Bezorg me je creatieve voorstel en we voeren samen campagne om het in te burgeren!

9 oktober 2014

Chirotaal

Naast het jargon van het jeugdwerk en de socioculturele sector hebben we in de Chiro taalgebruik dat specifiek is voor onze eigen jeugdbeweging. Om onduidelijkheden te vermijden, hebben we een aantal regels voor de Chirotaal die in publicaties gebruikt wordt. Net als met onze kleren tonen we zo dat we weliswaar allemaal een eigen stijl hebben, maar toch allemaal deel uitmaken van dezelfde organisatie.

Chiro is altijd met een hoofdletter

Dat is niet zomaar een regel die we opleggen of een commercieel trucje: het moet gewoon zo van de Nederlandse spelling. 'Chiro' is een naam, en die behoudt in samenstellingen zijn hoofdletter. Vergelijk het bijvoorbeeld met Facebookpagina en Sabamcontroleur. Bovendien moet je samenstellingen die niet in het Groene Boekje staan schrijven volgens dezelfde regels als bij de samenstellingen die er wél in staan. Chirojongen en Chiromeisje staat erin, allebei met hoofdletter. De woorden met een kleine letter hebben met chiropraxie en consoorten te maken.

Er is maar één Chiro

Wanneer we met elkaar praten, hebben we het weleens over 'de Chiro's van gewest X' of over 'de meisjes-Chiro van gemeente Y'. In geschreven teksten doen we dat niet. Er is maar één Chiro, en die is gemengd: Chirojeugd Vlaanderen. (De roepnaam 'Chiro nationaal' mag - net als 'Kipdorp' - enkel in conversaties. In geschreven teksten gebruiken we de officiële naam.) Hebben we het over groepen, dan schrijven we 'Chirogroepen'. Of 'groepen', als we herhaling willen vermijden (zie verder). Gaat het over één bepaalde groep, dan gebruiken we een van de volgende structuren:
  • Chiro Gemeente (dus niet 'de Chiro van Gemeente', want nog een keer: er is maar één Chiro)
  • Chiro Groepsnaam
  • Chiro Groepsnaam uit Gemeente
  • Chirojongens Groepsnaam / Chiromeisjes Gemeente / enz.

Overdaad schaadt

Je kwam al heel wat keren het woord Chiro tegen in deze nochtans korte tekst. Als het over ons taalgebruik gaat, met allerlei voorbeelden, dan is dat vervelend maar onvermijdelijk. In andere teksten is dat alleen maar vervelend, dus vermijd je herhaling. Je schrijft over de Chiro, dus is het evident dat het over Chiroleden, Chiroleiding, Chirolokalen, Chirokampen en Chirospelletjes gaat. Vermijd dat je tekst rinkelt als een wekker of irriteert als een koekoeksklok die blijft steken, en schrap waar mogelijk.

Op of in?

De enen zeggen dat ze 'op' de Chiro van alles doen, anderen doen dat 'in' de Chiro.
'Op' is een aanduiding van plaats – je gaat ook op hotel of je zit op school. In de Chiro kan dat twee dingen betekenen: in de lokalen of op het Chiroterrein. Om die dubbelzinnigheid te vermijden, schrijf je dus best ineens wat je bedoelt.
'In' de Chiro kan nog veel meer betekenen. In de lokalen, op kamp of op tocht: ook wat je daar of op die momenten doet, doe je in de Chiro. Dat kan dus een aanduiding van plaats zijn, maar ook van tijd of van omstandigheid. Wat je bedoelt, is 'als lid van die jeugdbeweging' of 'tijdens de activiteiten'. Soms wordt het zelfs gebruikt om een mening of standpunt te verkondigen: “In de Chiro zijn we geen fan van ondemocratische politieke partijen.” Dat is gewoon omslachtig. Vervang dat door “de Chiro is geen fan van (enz.)” of “Met de Chiro willen we (enz.)”. Dat is directer en krachtiger. Het is niet omdat we in de zachte sector zitten, dat we ons zacht moeten opstellen.
Om samen te vatten: op of in? De gevallen met 'op' kun je altijd concreter maken. Doe dat waar mogelijk ook bij 'in'.

Leden en leiding

Leiding is als vee: je kunt dat niet tellen. Je hebt geen tien vee, je hebt tien koeien. Of vijf koeien en vijf stieren. In de Chiro zijn we dus ook niet met meer dan 100 000 leden en leiding, maar met meer dan 100 000 leden, leiders en leidsters.
Onze leden zijn de kinderen en jongeren die bij ons aangesloten zijn. Zij hebben zich geëngageerd om lid te worden. Dat zijn dus geen gasten, want gasten zijn mensen die we vrijblijvend uitgenodigd hebben en die 'op bezoek' zijn. In spreektaal zijn gasten ook jongens, maar dat klopt al helemaal niet, want in de Chiro zijn de meisjes in de meerderheid (al merk je daar weinig van aan onze jaarthemafiguren, in het bivakthema-aanbod op de website, in ons activiteitenaanbod en noem maar op). Om dezelfde reden hebben we het ook niet over 'de klein mannen', wat bovendien dialect is. Herhaling vermijden kan door de afdelingsnaam te gebruiken. Andere mogelijkheden: in een spel heb je spelers, op kamp of op cursus heb je deelnemers.
Schrijf je over leefwerelden, let dan op met de afdelingsnamen. “Keti's zijn zus of zo” is goed als je afdelingen met elkaar vergelijkt. Heb je het over de leefwereld van 15-16-jarigen, dan impliceer je met die afdelingsnaam dat keti's anders zijn dan hun leeftijdsgenoten.

Op kamp of op bivak?

Wat is het verschil tussen op kamp gaan en op bivak gaan? Niets, behalve die benaming. 'Bivak' is wel sinds het ontstaan van de Chiro de officiële term – dat moest van de Kerk! – en dat is lang zo gebleven. Lokale groepen gebruiken dat nochtans weinig tot niet. Zij zoeken informatie over 'op kamp gaan'. Gebruik je beide termen door elkaar, dan vindt iedereen makkelijker de gezochte info, zowel op de website als op ons netwerk. Bovendien vermijd je zo herhaling.
Opgelet: er is wél een verschil tussen het Bivakboek en een kampboek, en tussen het Bivaklied en een kamplied. Bivakdingen zijn van Chirojeugd Vlaanderen – zeker als ze met een hoofdletter geschreven zijn – terwijl de kampversies eerder met lokale groepen te maken hebben.

Over lavertjes en hemen

Lokalen en barmomenten, daar kan iedereen zich iets bij voorstellen. Hemen, daarvoor moet je al in een groep zitten waar die benaming is blijven hangen uit de tijd van De Keure. Om te weten wat een lavertje is, moet je al eens mee geweest zijn op een verbondelijke of nationale cursus (en dan kun je dat nog altijd een onnozel woord vinden ;)). Hoe goed kent je publiek die termen? En kun je dat wel inschatten? Leg dat soort woorden dus uit, of gebruik alleen de 'normale' benamingen.