17 februari 2017

Chirotaal 2017

Deze post is een vervolg op Chirotaal (2014). Neem die tekst er dus zeker ook nog eens bij.

Jaarthemataal

Sinds het begin van dit millennium creëren Chirojaarthema's heel wat nieuwe woordenschat. In 1999 had je al de woordspeling Kukelekunst, maar vooral sinds 2001 is er geen houden meer aan. Met alle gevolgen van dien, want de woordspelingen zijn zo 'goed' gevonden dat alleen de taalcorrector nog weet hoe het allemaal geschreven wordt. Sinds 2004 krijgen we bovendien bijvoeglijke naamwoorden die van de slogan afgeleid zijn.

NatuurLeuk! (2004-2005)

Het heeft met natuur en/of milieu te maken, en het is plezant. Sinds dat werkjaar doen we NatuurLeuk!e spelletjes. Dat uitroepteken hoort bij de naam, dus volgt er ook nog een zinsleesteken op. Heel verwarrend in een vraag: "Wat vond jij van NatuurLeuk!?"

Stout?Moedig! (2010-2011)

Dat werkjaar ging het over Stout?Moedig!e daden. Je stoute schoenen aantrekken en doorzetten. Zelfde moeilijkheden als bij NatuurLeuk!, maar met een extra leesteken halverwege het woord.

Chirocycle (2016-2017)

Dit werkjaar krijgen we geen neologismen, maar bij de wereld van precycling, upcycling en recycling hoort wel specifieke woordenschat. Zo gaat het dikwijls over bekers waar je een waarborg voor geeft, en als je drankje op is, wissel je ze weer in. Dat inwisselen zet mensen blijkbaar op een verkeerd been: een wisselbeker is een trofee die je moet teruggeven zodra de wedstrijd of het tornooi opnieuw georganiseerd wordt. Die dingen waar je uit drinkt op een fuif zijn herbruikbare bekers.

Door de dwang van het rode lijntje schrijven mensen samenstellingen meer en meer 'op z'n Engels': met spaties in plaats van aaneen. Het komt zelfs zo vaak voor dat er een website aan gewijd is: Signalering Onjuist Spatiegebruik. Het is nochtans eenvoudig: een samenstelling schrijf je aan elkaar. Als er klinkers botsen of als er verwarring kan ontstaan, schrijf je een koppelteken. En als je het zelf duidelijker vindt, mag je ook een koppelteken schrijven waar dat niet echt moet. Dus: Chirocycle-actie. Alleen bij cijfers en bij (merk)namen mag en moet de spatie blijven staan: 24 urenactiviteit, De Banierwinkel (zie verder).

Merknamen

Voor merknamen moet je zorg dragen. Dat betekent twee dingen.

  • Je schrijft ze altijd op dezelfde manier. De Banier is in twee woorden, met twee hoofdletters, ook in samenstellingen. Idem voor De Karmel, De Kalei en De Hagaard. Zoals we ook Rode Kruispost schrijven, dus. Vind je 'de De Banierwinkel' vreemd? (Terecht.) Maak er dan 'een winkel van De Banier' van. 
  • Je gebruikt ze spaarzaam. Chiropublicaties gaan over de Chiro, dat spreekt vanzelf. Het is dus niet meer nodig om te benadrukken dat je Chiroactiviteiten doet op je Chiroterrein en in je Chirolokalen, en dat de Chiroleiding en de Chiroleden daar Chirokleren voor aandoen om het Chirogevoel nog aan te wakkeren.

24 augustus 2016

Efficiënt om hulp vragen

Efficiënt om (IT-)hulp vragen, het is blijkbaar een kunst.

Op mijn werk bij Chirojeugd-Vlaanderen vzw ben ik halftijds taalcorrector en halftijds IT'er*.  Maar hoewel die combinatie ongewoon is, maak ik in beide 'domeinen' dikwijls situaties mee die rond hetzelfde draaien: heel precies verwoorden waar het over gaat, met voldoende maar niet te veel informatie om mee te zijn.

Veel helpdeskvragen zien er als volgt uit: "Ik probeerde X te doen, maar het lukt niet. Kunnen jullie mij helpen?"
Meestal kunnen we inderdaad helpen, maar als dat je vraag is, staan we nog nergens. Wat bedoel je met ' het lukt niet'? Vind je de webpagina niet waar je dat moet doen? Vind je de pagina wel maar geraak je niet ingelogd? Staat op die webpagina niet wat je verwacht? Krijg je een foutmelding? Zo ja, wat staat daar dan in? En wat deed je vlak voor je die foutmelding kreeg? Als je een formulier probeert in te vullen, welke gegevens vul je dan in? (En in het geval van Chirogroepen: wie ben jij, wat is je functie, en over welke groep gaat het?)
Als je belt, is die eerste uitspraak een goede opener. De vragen die we nog hebben, kunnen we een voor een stellen en zo geraken we vooruit. Maar mail dient niet voor dringende communicatie, het kan dus soms een dag duren voor je antwoord krijgt. Op die manier kan zo'n 'conversatie' gemakkelijk een week duren.

Vragen stellen is dus een beetje hetzelfde als schrijven, zeker als je mailt. Wees zo specifiek en volledig mogelijk, dan kunnen we je veel sneller helpen. En daar wordt iedereen gelukkiger van. :)


------------------
* Ongewone combinatie, ik weet het. Het is dan ook een ideaal gespreksonderwerp als ik mij in een gezelschap bevind waar ik niet veel mensen ken - en meestal begint dat al met "Ah, wérken er echt mensen bij de Chiro?!" Ja dus. Wel 160.

3 september 2015

Leestekens in opsommingen

Op school leerden wij dat een opsomming één lange zin is. Dat betekende:
  • dat elk puntje moest eindigen met een puntkomma;
  • dat er alleen na het laatste puntje een punt komt;
  • dat je in de problemen komt zodra er een puntje tussen zit van meer dan één zin. Als die niet op het einde van de opsomming komt, zit je namelijk met rariteiten;
  • dat je je puntjes dus het beste kort houdt, of dat je zinnen op onmogelijke manieren aan elkaar moet breien.
Toen ik al als taalcorrector werkte, volgde ik een vorming over ‘schrijven voor het web’. Daarin werd iets anders verteld. ‘Vlot leesbaar’ en ‘grammaticaal correct’ gaan niet altijd makkelijk samen, maar leesbaarheid is het belangrijkste. Dat wil dus zeggen:
  • Begin elk puntje met een hoofdletter, zelfs als de opsomming een inleiding heeft die eindigt met een dubbelpunt
  • Als elk puntje uit één zin bestaat, moet er geen punt achter
  • Vragen en uitroepen hebben een gespecialiseerd leesteken, en dat moet er natuurlijk wél staan
Ik ben nogal een fan van consequent zijn. In een opsomming heb ik dus graag eenvormigheid: ofwel overal een leesteken, ofwel nergens. Eindigt een van de items op een uitroepteken of een vraagteken? Of zit er een tussen van meer dan één zin, waardoor het eindigt op een punt? Dan laat ik ook de andere eindigen op een punt.
Consequentie voor alles, en leesbaarheid boven grammatica dus. Maar ik ben wel opgekweekt met zinsontleding, en zo’n opsomming met een inleiding is nog altijd iets dat een beetje wringt. Daarom vermijd ik die dubbelpunt waar ik kan. Is de inleiding een zin op zich, dan laat ik ze eindigen als een zin. Een voorbeeld: “Vraag jezelf daarbij het volgende af”. Meestal staat daar een dubbelpunt achter, en dan de opsomming. Dat zegt eigenlijk twee keer hetzelfde, want die dubbelpunt geeft ook aan dat er iets volgt. Nochtans volgen die vragen ook nog als de zin zelf afgesloten wordt.
Gebruik je zelf een opsomming in je tekst en wil je dat aanpakken zoals ik? Vraag je dan het volgende af.
  • Kan de inleiding gewoon afgesloten worden? Dan mag daar een punt staan in plaats van dubbelpunt.
  • Is er een puntje dat uit meer dan één zin bestaat? Laat dan elk puntje eindigen op een leesteken.
  • Zijn het allemaal korte puntjes zonder werkwoord? Hoofdletter vooraan, geen leesteken achteraan.
Dat laatste illustreert nog een andere manier waarop ik mijn opsommingen graag eenvormig heb: ofwel zijn het allemaal trefwoorden, ofwel allemaal zinnen. Anders is het een rommeltje, dan breek je de leescadans. Als alles hetzelfde opgebouwd is, kun je makkelijk doorlezen. Wissel je tussen zinnen en trefwoorden, dan stop je weerhaakjes in je tekst. Je laat de lezer/es struikelen. Zo trek je wel de aandacht, maar struikelen is vervelend. Ik geef een voorbeeld. Wat heb je nodig als je op weekend gaat?
  • Slaapgerief.
  • Wasgerief.
  • Wil je je ook scheren? Scheergerief.
Dat ziet er niet uit, hé. (Vind ik toch.) Je kunt het als volgt verbeteren.
  • Slaapgerief
  • Wasgerief
  • Als je je wilt scheren: scheergerief
Hier gaat het om een kort zinnetje, dus dat zou ik waarschijnlijk nog zo laten staan, maar om het helemaal eenvormig te maken:
  • Slaapgerief
  • Wasgerief
  • Eventueel scheergerief

21 augustus 2015

Chirowerking geven gaat helemaal vanzelf

Als ik het allemaal maar liet passeren, zou je de indruk krijgen dat het helemaal niets inhoudt om groepen te begeleiden. Zowel op zondag bij een afdeling als op cursus gaat alles schijnbaar vanzelf.
“De groep wordt in twee ploegen verdeeld.”
“Het trajectboekje wordt overlopen.”
“Hierbij is het belangrijk dat benadrukt wordt dat blablabla”
Je zou haast vergeten dat je dat allemaal zelf moet doen. ‘Als leiding’, want dat staat er ook heel dikwijls bij. “Als leiding hou je een oogje in het zeil.” Als piraat of ontdekkingsreizigster hoeft dat niet, maar als leiding dus wel. Alsof ontdekkingsreizigsters en piraten niets beters te doen hebben dan handleidingen voor Chiroleiding te lezen! Maar toch, stel je voor dat zij ineens een oogje in het zeil zouden houden. Nu, die piraat is daar misschien wel goed in ... Maar nee, er staat ‘als leiding’! Niets aan te doen.

24 juni 2015

Het ga je goed

Het duikt weer overal op in mijn socialemedianieuwtjes: “Het gaat je goed.” In dit geval gaat het meestal over Thé Lau, de pas overleden zanger van The Scene, en dat maakt het vreemd. Waarom? Omdat ‘het gaat je goed’ een vaststelling is, geen wens. Als je dat zegt tegen iemand die trouwt, of die een huis koopt, dan kan het er nog mee door. Ja, dan gaat het goed, want je neemt een belangrijke stap in je leven en je begint aan een nieuw hoofdstuk. Als je iets wilt wensen, moet je een andere werkwoordsvorm gebruiken. De subjonctief, heet dat, of in het Nederlands: de aanvoegende wijs. Zoals in ‘uw wil geschiede’, of ‘men weze gewaarschuwd’, dat met die ‘men’ erbij nog duidelijker maakt dat het over een stijve en ongewone constructie gaat.

Nee, met iemand die overleden is, gaat het niet goed. Je kunt hem of haar wel alle goeds toewensen, ook als je zelf niet in een hiernamaals gelooft. Dat is een geijkte vorm van afscheid nemen. Maar bij geijkte gewoonten horen geijkte formuleringen, dus: het ga je goed, Thé. En bedankt voor vele mooie herinneringen aan mijn jeugdjaren, voor heel veel ontroering, en voor de inspirerende energie die je het voorbije jaar nog had.


24 april 2015

m/v/x

Was het juist komkommertijd, of is het inderdaad een wereldschokkend nieuwtje? De Chiro vermeldt op vacatures voortaan niet meer 'm/v' maar 'm/v/x'. Een kleine aanpassing, maar een wereld van verschil voor iedereen die zich niet als man of vrouw identificeert. Het zelfmoordcijfer bij mensen met een transgenderidentiteit ligt bijvoorbeeld ontstellend hoog, doordat onze samenleving (en niet alleen de onze) zo weinig begrip kan opbrengen voor wie 'anders' is. Dat leidt tot uitsluiting en zelfs (dodelijk) geweld. Met de Chiro willen we onze maatschappelijke rol opnemen en een voortrekkersrol spelen om tot meer aanvaarding te komen.

Over wie kan dat allemaal gaan?
  • Mensen met een transgenderidentiteit: mensen met een mannenlichaam die zich vrouw voelen of omgekeerd, al dan niet met de wens om innerlijk en uiterlijk via behandelingen en/of operaties met elkaar in overeenstemming te brengen
  • Mensen die intersekse zijn: zij hebben lichamelijke kenmerken van mannen én vrouwen; dat kan over hormonen, geslachtsdelen en/of chromosomen gaan
  • Mensen die zich noch man noch vrouw voelen (non-binair of agender)
  • Mensen die zich nu eens man, dan eens vrouw, beide tegelijk (androgyn), of zelfs nog iets anders voelen (genderfluid)
Gaat dat dan over veel mensen? Volgens Het Laatste Nieuws toch over een goeie dertigduizend in Vlaanderen. Maar hoe meet je zoiets, als velen zwijgen uit angst voor hun omgeving?

Voor wie meer wil weten over al die zaken: 'Gender, identiteit en diversiteit' is een goeie, korte inleiding.

Lo and behold: gisteren (23 april 2015) erkende de Raad van Europa het derde geslacht X. Eerder bestond het onder andere al in Duitsland en Thailand.

We kregen onder andere felicitaties van het Vrouwen Overleg Komitee, en daar zijn we natuurlijk trots op. Maar niet iedereen neemt het ons in dank af:
  • spiritualia.be vindt het logisch als je er niet over nadenkt (nee, het is inderdaad niet duidelijk wat ze bedoelen, maar in een ander bericht noemen ze de Antwerpse bisschop 'niet pluis' omdat hij het opneemt voor holebikoppels)
  • Katholieke Actie Vlaanderen noemt ons moreel failliet en roept ouders op om hun kinderen weg te halen bij die 'perverse en anti-christelijke Chiro' (trigger warning!)
Naastenliefde vraagt natuurlijk bovenmenselijke inspanningen, dus we zullen dat maar normaal vinden, zeker? :p

Persaandacht:


Eerder verschenen in het nieuwsbriefje 'Meepraten met de jeugd'.

17 maart 2015

Het geval ‘en/of’

Ik kwam vandaag de volgende zin tegen:
Elk gewest heeft twee meters en/of peters.
Wat er bedoeld wordt, is dat er voor elk gewest twee mensen zijn die de peter-meterwerking opnemen. Dat kunnen dus twee meters zijn, of twee peters, of een meter en een peter. Die 'en/of' moest dat duidelijk maken, maar dat klopt niet. 'En/of' betekent: het is ofwel allebei, ofwel één van beide. In dit geval: ofwel twee meters, ofwel twee peters, ofwel twee meters én twee peters en dus samen vier personen.

Hoe los je dat nu op? Door je zin om te draaien, of door andere woorden te kiezen.
Via de peter-meterwerking zijn er voor elk gewest twee contactpersonen. 
Elk gewest heeft twee mensen die als peter of meter optreden.