11 november 2013

Steentjes in mijn schoen

Blijkbaar neem ik het leven veel te ernstig. “Het is toch allemaal maar om te lachen? Het is toch allemaal zo erg niet?” Jawel, het is wél erg. En het is misschien bedoeld om te lachen, maar hoe komt het dan dat zoveel mensen er een probleem mee hebben? En dat we dat zo weinig horen?

Heb ik het over de vele dt-fouten die ik moet verbeteren? Het had gekund, want ook daarvan zeggen mensen dat het toch allemaal niet zo belangrijk is. Zolang je elkaar maar begrijpt. Pas op: tot op zekere hoogte ga ik daarmee akkoord. Ik zal dan ook zelden reageren als mensen zich verspreken, of als ze fouten schrijven in een mail, in een statusupdate of in een tweet. (Dat mensen fouten maken, is 'allemaal zo erg niet', maar erop reageren, dat is een heel andere kwestie, jij spellingnazi!) In officiële communicatie, zoals drukwerk dat verspreid wordt naar iedereen die leiding geeft in de Chiro, is het wél heel belangrijk dat er geen fouten in staan – of toch zo weinig mogelijk, we zijn tenslotte allemaal menselijk. Als koepelorganisatie hebben we namelijk een voorbeeldfunctie, en zoals spelregels belangrijk zijn in een spel zijn de regels van een taal belangrijk voor wie ze wil gebruiken. Niet genoeg aandacht besteden aan je taal is dus niet zomaar slordigheid, het is een kwestie van een slecht voorbeeld zijn (met dank aan Jackson Katz voor dat inzicht). Voor een jeugdbeweging is dat dubbel erg, want het is van 'onze' jonge mensen dat er zo dikwijls geklaagd wordt dat ze niet meer kunnen schrijven. Bovendien is het een kwestie van toegankelijkheid voor wie de taal nog aan het leren is.

Maar daar wilde ik het niet over hebben, mijn inleiding ging over iets veel belangrijkers en ingrijpenders. Van een goede tekst verwacht ik namelijk niet alleen dat er geen fouten in staan (want die leiden de aandacht af van de inhoud en geven een onprofessionele indruk). Hij moet ook gendervriendelijk zijn, en dat is niet zo moeilijk. Als je schrijft over mannen en vrouwen, dan moet dat duidelijk blijken. Als je publiek bestaat uit mannen en vrouwen, moet je hen bovendien allebei aanspreken. Dat laatste betekent niet dat je moet beginnen met 'dames en heren', maar dat je referentiekader moet aansluiten bij de belevingswereld van zowel mannen als vrouwen. Ik geef een voorbeeld, want dat klinkt een beetje abstract. Het volgende fragmentje komt uit de Metro van een tijdje geleden.

Vanuit de Verenigde Staten is heuglijk nieuws overgewaaid: Kim Kardashian overweegt om opnieuw voor Playboy te poseren.

Wat verder gaat het nog over 'volle glorie' en 'moordlijf'. Het komt uit zo'n artikeltje rond het tv-programma, waar het altijd over beroemdheden en hun exploten gaat – zelden over hun werk – en waarin de toon niet altijd helemaal objectief en afstandelijk moet zijn. Dat snap ik wel, maar zou dit fragmentje door een vrouw bedacht zijn? Ik vermoed van niet. En wie spreekt Metro aan met zo'n artikeltje? Niet de heteroseksuele vrouwen, volgens mij. Van homoseksuele vrouwen weet ik het niet, maar ik kan me voorstellen dat er aangenamer 'lectuur' is dan de Playboy. En wie ook niet? Mensen die niet geïnteresseerd zijn in boekjes waar mensen als lustobjecten in geportretteerd worden, die dat soort exploitatie obsceen vinden en die zich bij het 'lezerspubliek' altijd een bende kwijlende kleuters voorstelt. Het is toch allemaal zo erg niet, dat ik nu ook een beetje veralgemeen en overdrijf?

Vergelijkbaar, maar nog moeilijker om tegen te protesteren: het 'ironische' seksisme en racisme à la Woestijnvis. Probeer je daar iets van te zeggen, dan heb je direct afgedaan, want als dat al niet om te lachen is ... Het gebeurt altijd in zo'n sfeertje van haha, mannen (!) onder elkaar, we weten dat het eigenlijk niet hoort, maar haha, we zeggen het toch, want iedereen weet dat het maar om te lachen is. Seksisme dat maar om te lachen is, is nog altijd seksisme (bedankt voor de quote, Anita Sarkeesian). Dat het maar om te lachen is, maakt het juist nog erger, want zo doe je alsof het iets onschuldigs is. Dat kun je alleen maar denken zolang je er zelf geen slachtoffer van geworden bent. Toegegeven, soms vind ik het inderdaad weleens grappig, maar seksisme, racisme en homofobie in grappen zijn als steentjes in je schoen: ze mogen nog zo klein zijn, je voelt wel voortdurend dat ze in de weg zitten en je wilt ze zo vlug mogelijk doen verdwijnen. En zelfs daarna voel je nog dat ze er gezeten hebben. (Homofobie is trouwens geen fobie: je bent niet bang, je bent gewoon een idioot.)
'Geubels en de Belgen' vond ik bijvoorbeeld een geweldig programma, en bijzonder grappig. Philippe Geubels was niet meer zo openlijk seksistisch als in M!LF, dat niet subtiel, niet goed gevonden en zeker niet grappig was. Toch viel het me regelmatig op dat hij een verhaal begon met “Ken je dat ...?”, om vervolgens iets te vertellen dat waarschijnlijk alleen mannen en maar sommige vrouwen (her)kennen. “Ken je dat, dat je dan tegen je vrouw zegt …?”


Is dat allemaal zo erg? Het is toch maar om te lachen? Denk ervan wat je wilt, maar volgens mij zou het nog meer om te lachen zijn als iederéén kan meelachen. Is het dus 'zo erg'? Het hangt er maar van af hoe goed je wilt zijn in je vak.

PS: Een gelukkige Vrouwendag iedereen! En als je zin hebt om eens goed te lachen vandaag: om 18 uur moet je op het Muntplein in Brussel zijn voor 'Womedy!'.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen